Verbouwing
Als een agrarisch bedrijf stopt, ontstaat vaak de vraag hoe de oude boerderij weer klaar te maken voor de nieuwe bestemming. Vaak zal het woongedeelte van de boerderij uitgebreid worden door delen van het bedrijfsgedeelte als woonruimte in te richten en/of voor andere functies geschikt te maken (Bed and Breakfast, restaurant, atelier, kinderopvang, e.d.).
In dit stuk ligt de nadruk op het voorbereiden en het ontwerp van de verbouwing. Energiebesparing en verduurzaming worden besproken in het onderdeel Energiebesparen van deze website.
Oriënteren
Voor dat je begint met plannen maken is het goed om je eerst goed te oriënteren: Ga met de vorige bewoners praten en vraag of zij nog oude foto’s hebben waar (een stukje van) de boerderij op staat (van buiten en van binnen). Praat met mensen in de omgeving die ook een historische boerderij hebben en misschien al een verbouwing of restauratie hebben gedaan en hun ervaringen kunnen delen. Lees wat boeken over historische boerderijen in deze regio en bezoek websites met geslaagde voorbeelden van verbouwingen / restauraties / herbestemming van oude boerderijen. Verdiep u in de wet en regelgeving (zie onderdeel Wettelijke regelingen van deze website) en subsidie- en leenmogelijkheden (zie het onderdeel Financiering van deze website). En neem rustig de tijd om te bedenken wat u met het pand wilt (wat voor gebruik wilt u er van maken, alleen wonen of ook andere functies, gewenst comfort, mate van energiebesparing, …) en wat u aan de aanpassing van de boerderij wilt/kunt uitgeven.

Voorbereiding
Een grote verbouwing van een oude boerderij is een heel proces en het bereiken van een goed resultaat staat of valt met een zorgvuldige voorbereiding:
- Wat zijn de wensen t.a.v. de nieuwe situatie: de wensen t.a.v. het toekomstige gebruik, het gewenste comfort? Wat zijn de daarbij horende eisen aan het gebouw? Vaak spelen er diverse wensen bij een verbouwing, zoals: wijziging van de indeling zodat die beter beantwoordt aan het beoogde gebruik, verhoging van het comfort van de woning (meer licht, meer warmte, minder vocht), energiebesparing, verlenging van de levensduur van het gebouw, verlaging van de onderhoudskosten, en behoud van de cultuur-historische waarden en karakteristieken van het pand. En dan liefst tegen zo laag mogelijke kosten.
Wensen die soms met elkaar botsen en daardoor het naar wens verbouwen zo moeilijk maken.
- Wat is het beschikbare budget is (beoogd, maximaal).
- Voordat u nu gaat ontwerpen moet eerst de uitgangssituatie worden vastgesteld: Wat zijn de cultuurhistorische waarden, hoe is de technische staat, wat is de relatie tussen het gebouw en directe omgeving? Wat voor gevolgen heeft één en ander voor het ontwerp en de te verrichten werkzaamheden? Bij een historische boerderij is het raadzaam een erkend adviesbureau in te schakelen om de technische en cultuurhistorische uitgangssituatie te bepalen. Bij gebouwen met de monumentenstatus is een bouwhistorisch onderzoek verplicht (zie het onderdeel Wettelijke regelingen van deze website). Een bouwhistoricus is geoefend in het ‘lezen’ van het gebouw en ziet dingen die een architect of een aannemer niet ziet. Een bouwhistoricus geeft advies over welke onderdelen van het pand behouden moeten blijven en welke minder van belang zijn. Aan de hand daarvan kan een architect of aannemer beslissingen nemen. Waar moeten/kunnen welke ingrepen gedaan worden om het gebouw aan de nieuwe eisen aan te passen terwijl de authenticiteiten cultuurhistorische waarden van het gebouw zo min mogelijk worden geschaad? Bijvoorbeeld: waar plaatsen we een nieuwe trap? Kan deze aftimmering weg? Kan hier een doorbraak komen? Er bestaan subsidies voor het doen verrichten van een bouw historisch onderzoek (zie het onderdeel Financiering).

- Dan kunnen deze uitgangspunten vertaald worden in een ontwerp (voor de bebouwing en het erf), een bestek en een begroting. Daarbij is het verstandig om goed de lokale wettelijke regels voor dit soort verbouwingen te kennen (zie het onderdeel Wettelijke regelingen) en daarmee rekening te houden tijdens het ontwerpen anders kon de volgende stap wel eens een langdurige worden.
- Vervolgens moeten de nodige vergunningen en subsidies aangevraagd worden en overleg worden gevoerd met de gemeente, de aannemer, en andere betrokkenen bij de uitvoering of bij de nieuwe gebruikssituatie.
- Dan kan de praktische verbouwingsvoorbereiding en werkplanning worden gemaakt. Bouw genoeg ruimte voor tegenslagen en onverwachte zaken in. Het is aan te raden om bij de uitvoering van het plan eerst te zorgen voor een droge buitenschil: goede hemelwaterafvoer, opsporen vochtproblemen en de oorzaken daarvan wegnemen (bijv. drainage om het huis, tegengaan optrekkend vocht); vervolgens de isolatie (kierdichting, beter glas, isolatie dak of zoldervloer, gevels, vloeren) en de ventilatie te verbeteren, en tot slot de warmte- en energievoorziening aan te pakken. Maar in elke fase zal men in de praktijk een aantal zaken combineren (bijv. vloerisolatie en aanleg vloerverwarming en aanpak optrekkend vocht).
Uitgangspunten bij het ontwerpen
Een goed verbouwingsplan is een ontwerp waarin de nieuwe elementen en functies voortbouwen op de cultuurhistorische waarden en karakteristiek van de oude boerderij, zodat de ontwikkelingsgeschiedenis van de boerderij ‘leesbaar’ blijft.
Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van belang (zie het onderdeel Onderhoud van deze website voor meer bouwtechnische zaken, en het onderdeel Energiebesparen over isoleren, ventileren of warmte- en energievoorziening):
a. Houd de opzet en indeling van de gevels en het historische onderscheid tussen woon en werkgedeelte van de boerderij herkenbaar.
Luiken en stalramen accentueren de historische en regionale kenmerken. Wanneer bij herbestemming twee woningen in een boerderij worden ondergebracht, biedt de brandmuur mogelijkheden als scheiding tussen beide wooneenheden. Het is raadzaam de brandmuur te behouden en nieuwe openingen tot een minimum te beperken. Zo behoudt de historische compartimentering haar zeggingskracht.

b. Behoud de hoofdvorm van het dak en beperk dakramen.
Vaak is de kapconstructie het oudste onderdeel van de boerderij en vertegenwoordigt daarom een hoge waarde. Het dakvlak van een boerderij is gesloten. Maar als de zolder van een boerderij niet langer als opslagruimte fungeert en een nieuwe bestemming als slaapkamer krijgt, zijn ventilatie en daglicht noodzakelijk. Het is belangrijk daarbij de hoofdvorm van het dak te behouden. Door dakkapellen wordt deze vorm doorbroken. Dakramen hebben daarom de voorkeur en kunnen in het dakvlak worden geplaatst. Daarbij is het zaak het gesloten karakter van het dakvlak zo veel mogelijk te behouden. Beperk daarom het aantal toe te voegen uitbouwen of doorbraken zoveel mogelijk. Bij een waardevolle historische kapconstructie kan materiaal worden behouden door de ramen staand tussen de sporen te plaatsen. Plaats de ramen op één lijn in het dakvlak. Behalve dakramen zijn er meer opties om daglichttoetreding te realiseren: glazen dakpannen, gebruik van zogeheten solatubes (smalle buis waarin daglicht wordt opgevangen en met reflectoren en spiegels in en door het gebouw wordt gebracht).
c. Behoud de oorspronkelijk draagconstructie van de boerderij en houdt deze zoveel mogelijk in het zicht.
Het vervangen van gebinten is uit constructief oogpunt vrijwel nooit nodig. Zo kunnen de onderkanten van de gebintstijlen er soms erg slecht uitzien. Het vee heeft eraan geknaagd en er zit wat houtworm in. Bij nader onderzoek blijkt echter vaak dat het hout van binnen nog zeer hard is. Is het onderste stuk te slecht om te behouden dan kan dat verwijderd en de fundering (poer) wat hoger opgemetseld worden. Ook als andere delen van het gebint aangetast zijn, door bijvoorbeeld lekkages, kunnen zij heel goed en vakkundig hersteld worden. Als de houtconstructie is aangetast door ongedierte is het belangrijk na te gaan of het ongedierte nog actief is (zie het onderdeel Onderhoud voor meer informatie over deze thema’s).

Wanneer het gebint onvoldoende stevigheid bezit, kan een aanvullende nieuwe draagconstructie uitkomst bieden die het oude en monumentale gebint versterkt. Oud blijft behouden, nieuw wordt niet ontkend. De combinatie van oud en nieuw maakt het verhaal van de monumentale boerderij interessanter en rijker. Het stramien van de gebinten laat zich goed gebruiken voor plaatsing van wanden en het kan helpen bij de nieuwe indeling.

d. Maak optimaal gebruik van bestaande gevelopeningen.
Een nieuwe functie vraagt vaak om extra daglicht of extra deuren. Door optimaal gebruik te maken van bestaande gevelopeningen kunnen nieuwe gevelopeningen in aantal en omvang beperkt worden. Behoudt zoveel mogelijk het oorspronkelijke agrarische beeld. Wanneer achter de dubbele inrijdeur van de boerderij in een terugliggend kozijn met glas wordt aangebracht, blijft het karakteristieke, donkere aanzicht van dit geveldeel behouden zonder dat de toetreding van daglicht of het uitzicht wordt belemmerd. Glas kan achter de mestdeuren worden geplaatst: het daglicht valt binnen en de deuren kunnen als vanouds worden geopend en gesloten. Alleen de functie van de deuren is gewijzigd, zij dienen nu als luiken. Bij de situering van nieuwe ruimtes kan de architect rekening houden met plaatsen waar invallend daglicht eenvoudig is te realiseren. Verwijdering van planken uit een houten gevel is betrekkelijk eenvoudig. Wanneer vervolgens glas wordt geplaatst, kan daglicht naar binnen vallen. De planken dienen vervolgens als vensterluik.
e. Respecteer de openheid van het bedrijfsgedeelte van de boerderij.
Dat is vaak één grote ruimte, soms met wat kleinere nevenruimtes voor kleinvee, berging en installaties. De ruimtevorm is van belang omdat deze veel vertelt over de oorspronkelijke functie van de boerderij. Waar mogelijk zou de ruimte ongedeeld kunnen blijven of zo ingericht dat de openheid gerespecteerd wordt. Ideaal is een losse, zelfstandige invulling die later schadevrij kan worden weggehaald. Door toepassing van glas als scheidingswand kan de ruimtelijkheid behouden blijven, terwijl de ruimten toch van elkaar gescheiden zijn. Ruimtes met weinig of geen behoefte aan daglicht kunnen het best worden gesitueerd bij blinde muren of in het midden van het gebouw. De eenvoud van een bedrijfsgedeelte kan ook in het karakter van de gebruikte materialen tot uitdrukking komen.
f. Behoud en integreer waardevolle interieuronderdelen
Waardevolle Interieuronderdelen zoals raamindeling en beglazing, bedsteden, plavuizen, schouwpartij, hoekkasten, tegels, vloeren, wandbespanning, lambriseringen, plafonds en binnenluiken bij voorkeur behouden en in het nieuwe interieur integreren. Historische vertrekken die karakteristiek zijn voor een boerderij kunnen ook bij hedendaags gebruik een nieuwe functie krijgen: de kelder kan als voorraadruimte of als wijnkelder dienstdoen, de opkamer als kantoortje of computerruimte en de . bedsteden een nieuwe functie als kastruimte.
g. Behoud de historische bouwmaterialen en pas dezelfde bouwtechnieken toe.
Herstel aangetast historisch materiaal waar mogelijk. Als herstel niet mogelijk is, dan kan het met hetzelfde en streekeigen materiaal worden aangevuld. Als besloten wordt de ingreep in eigentijdse materialen uit te voeren, zorg dan dat de uitvoering en detaillering van de nieuwe invulling zowel wat betreft materiaalgebruik als vorm aansluit op de karakteristieke kenmerken van de boerderij. Ook het kleurgebruik van boerderijen is regionaal gebonden en kan een betekenis hebben. Kleur- en verflagen bevatten belangwekkende informatie over het gebruik en de ontwikkeling van een oude boerderij.
Bij herbestemming of verbouwing van een historische boerderij verdienen oude vloeren en wanden bijzondere aandacht. De oude vloer kan worden hersteld en bewaard blijven, bijvoorbeeld door er een nieuwe vloer overheen te leggen. Door plaatsing van een lichte voorzetwand gaan bijzondere wanden niet verloren en neemt zowel de akoestische als de thermische isolatiewaarde toe. Een oude, scheefstaande buitenmuur met bouwsporen kan behouden blijven wanneer aan de binnenzijde een nieuwe wordt opgetrokken. Ook ernstig scheefstaand metselwerk kan meestal weer heel voorzichtig recht worden gezet. Gevelreiniging wordt in principe afgeraden.
h. Maak gebruik van bestaande ruimtes voor leidingen en afvoeren.
De toepassing van reversibele materialen zoals bijvoorbeeld zwevende dekvloeren en voorzetwanden geeft mogelijkheden voor het wegwerken van leidingen. Leidingen voor elektriciteit, gas, ICT, riolering en water passen tussen de historische en een nieuwe vloer. Het leggen van leidingen in een buiten gebruik gestelde mestgoot is zeker een overweging waard. Zo blijft de oude, waardevolle toestand behouden en krijgen bestaande voorzieningen een nieuwe functie terwijl het bodemarchief dat op veel boerenplaatsen aanwezig is, in situ veilig wordt gesteld. Leidingen kunnen ook in een niet meer gebruikt rookkanaal worden weggewerkt. Afvoerleidingen van kachel of ventilatiesysteem kunnen vaak in een rookkanaal worden weggewerkt. Indien behoud op dezelfde plek niet mogelijk is, wordt hergebruik op andere plek aanbevolen.
i. Behoud de historische erfinrichting en geef bijgebouwen een nieuwe functie.
De onderdelen van een boerenerf vormen samen een organisch geheel dat als totaal beschouwd en beschermd dient te worden. De cultuurhistorische waarde wordt juist bepaald door de som der delen. Inmiddels zijn veel historische bijgebouwen als bakhuizen, schuren, hooibergen, de wagenschuur, kippenhok en het varkenskot, etc. in slechte staat of zelfs verdwenen. Het is van belang dat je kunt blijven zien wat hier plaatsvond op het boerenbedrijf. Wanneer fruitbomen, een moestuin of dergelijke bijgebouwen op het erf voorkomen, is het belangrijk om voor deze elementen in de nieuwe bestemming een functie te zoeken. Er zijn talloze creatieve voorbeelden, zoals een sauna in een berging, een éénroedige hooiberg als parasolterras, een bakhuisje als speelobject voor kinderen of als onderkomen voor erfgoedlogies, een tabaksschuur als woning, of een hooiberg als overdekt terras of opslagplaats voor hout. Het gaat erom de agrarische elementen te integreren in de nieuwe situatie. Bij herbestemming van bijgebouwen gelden in beginsel dezelfde aanbevelingen als voor het hoofdgebouw. Bij splitsing van de boerderij in verschillende wooneenheden of functies is het de kunst het karakter van het erf te behouden. Wanneer het erf versnippert door het maken van verschillende tuintjes, verliest het zijn historische samenhang en zeggingskracht. Een geïnspireerd plan respecteert het streekeigen karakter van het boerenerf, neemt de historische kenmerken als uitgangspunt en integreert deze in het ontwerp. Wanneer parkeerplaatsen zo veel als mogelijk uit het zicht worden aangelegd, komt dat de beeldwaarde van het ensemble ten goede. Ook biedt beplanting soms uitkomst.

j. Pas eventuele nieuwbouw op een zorgvuldige manier in.
Wanneer het beschikbare volume van de boerderij tekortschiet, kan nieuwbouw bij de boerderij uitkomst bieden als dat volgens het omgevingsplan is toegestaan. Daarbij dient voldoende rekening gehouden te worden met de cultuurhistorische waarde. Ook is het belangrijk de nieuwbouw zodanig met de bestaande structuur en indeling van het erf te verweven dat deze onderdeel van het erf wordt. Materiaalgebruik, positionering, volume en detaillering zijn daarbij van belang.
k. Omkeerbaarheid
Een toevoeging moet bij voorkeur ongedaan gemaakt kunnen worden. Oud en nieuw blijven gescheiden, materieel en visueel, zodat de ingreep desgewenst binnen een aantal jaren ook weer ongedaan kan worden gemaakt. Dat houdt het gebouw flexibel voor aanpassing aan nieuwe gebruiksfuncties in de toekomst.
l. Verduurzaming
Een grote verbouwing zal in de regel samen moeten gaan met verduurzaming van de boerderij en energiebesparende maatregelen. Zie daarvoor het onderdeel Energiebesparen
van deze website.
m. Asbest sanering/ afbraak landschap ontsierende gebouwen
Op het erf van veel historische boerderijen is in de zeventiger of tachtiger jaren vaak een nieuwe stal of schuur gebouwd, vaak met een dak van asbest golfplaten. De Provincie Overijssel heeft een subsidieregeling “asbest eraf zon erop” voor de vervanging van het asbest en tegelijkertijd plaatsen van zonnepanelen (zie het onderdeel Financiering van deze website). Een andere mogelijkheid is om een rood voor rood regeling aan te vragen. Bij de sloop van minimaal 850 m2 aan landschap ontsierende bedrijfsgebouwen (stallen, schuren) en het saneren van het asbest dak daarvan kan een bouwrecht worden verstrekt voor een nieuwe woning (1000 m2 kavel, waarop een woning van max 750 m2 mag worden gezet) op het erf van de oude boerderij (en soms op een andere plek). De eigenaar krijgt 30% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de te slopen gebouwen toegerekend die hij/zij zelf mag houden. De getaxeerde waarde van de bouwkavel, min die 30% moet gebruikt worden voor betaling van de sloopkosten, de asbestsanering, het bouwrijp maken van de kavel (riool, elektriciteit) en de kosten van het landschapsplan en de vergunningen. Wat overblijft moet terug naar de gemeente.

n. Brandveiligheid.
De constructie van een schoorsteen hoort onbrandbaar en rookdicht te zijn en mag geen warmte doorgeleiden. Bij een open haard is het zaak een goed functionerende klep aan te brengen, die direct kan worden gesloten bij een schoorsteenbrand. Een schoorsteen die oorspronkelijk diende voor gaskachels of als ventilatiekanaal is niet zonder meer geschikt voor een houtkachel, allesbrander of open haard. Voor een goede trek mag het kanaal geen grotere knik dan dertig graden maken. Dit voorkomt ook dat brandgevaarlijk vuil zich in de knik op kan hopen. Vooral bij een rieten dak is een vonkenvanger boven op de schoorsteen essentieel. Die verhindert niet alleen dat er vonken op het dak terechtkomen, maar ook dat vogels in het rookkanaal nestelen. Bij traditionele rieten daken is het rietpakket op latten aangebracht. De natuurlijke ventilatie door zo’n dak wakkert een beginnende brand flink aan. Moderne rieten daken zijn vaak uitgevoerd als schroefdak, waarbij het rietpakket op brandvrije platen is geschroefd die het vuur en de rook een tijd tegen houden. Een nadeel van deze techniek is dat het rietpakket minder goed droogt, wat resulteert in mos en schimmel, waardoor een schroefdak beduidend korter meegaat dan dat van een klassiek rieten dak. Het is ook mogelijk een rieten dak tegen brand te impregneren. Nadeel is dat het impregneren regelmatig moet worden herhaald, waardoor deze methode kostbaar is. Ook gaat het rietpakket als gevolg van het impregneren minder lang mee.
Voor een groot gebouw is de opdeling in compartimenten verplicht. Denk bij compartimentering van een historische boerderij met name aan een brandwerende afscheiding tussen woon- en werkruimten, maar ook aan brandwering tussen de verdiepingen en tussen de belangrijkste verblijfsruimten. Door aanleg van verschillende brandmelders en een detectielint in het rietpakket kan brand in een vroeg stadium worden gesignaleerd. Laat ook de elektrische installatie op veiligheid controleren en zorg dat die op het nieuwe gebruik is afgestemd. Leg ook een goede bliksembeveiliging aan, zeker bij een boerderij met rieten dak. Bomen rond een boerderij zijn eveneens een goed afweermiddel tegen blikseminslag.
o. Een goede balans
Bedenk dat “de beste optie” niet altijd optimaal is. Kijk steeds naar de balans tussen -onder andere- de mate van verbetering (overkomstig uw wensen) door een bepaalde maatregel en de kosten die met deze maatregel gepaard gaan (nu en in de komende jaren). Bijvoorbeeld: het is misschien qua isolatie “het beste” om de hele kap te isoleren, maar misschien is het te overwegen om slechts de zoldervloer te isoleren en zo een redelijke isolatie te bereiken met minder kosten. Of de balans tussen “de beste technische optie” om de boerderij van energie te voorzien (zonnecellen, warmtepomp,…) en het behoud van het historische uiterlijk daarvan (rietendak, geen ontsierende buitenunit in het zicht, ….).

Advies
Een grote verbouwing van een oud pand is geen sinecure. Het is sterk aan te raden bij het plannen en uitvoeren van de verbouwing te werken met vakmensen en al helemaal bij restauraties.
Voor lokale architecten en aannemers met ervaring met verbouwen van boerderijen met behoud van de historische waarden, zie het onderdeel Vakmensen in de regio van deze website.
De volgende door het restauratiefonds erkende adviesorganisaties zijn actief in Overijssel: Het Oversticht (https://hetoversticht.nl); Ver. Gelders Genootschap (www.geldersgenootschap.nl), Monumenten Advies Oost (www.monumentenadvies-oost.nl); In2Energie (www.in2energie.nl); Bureau de Visser (www.bureaudevisser.nl).
Ervenconsulenten (http://www.ervenconsulenten.nl/) geven advies omtrent inrichting van het erf/ landschapsplan en omtrent “rood voor rood” en “rood voor groen” projecten.
Het Boerderijenfonds (https://boerderijenfonds.nl) verleent advies en financiële ondersteuning voor herbestemming van historische boerderijen als het project gericht is op behoud van agrarisch erfgoed én het project van meerwaarde is voor de leefomgeving. Dat wil zeggen dat het project nieuwe gebruiksfuncties mogelijk maakt die ook toegankelijk zijn voor anderen (zoals bezoekers, cliënten, omwonenden).
Bronnen:
- Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed, Een toekomst voor boerderijen. Handreiking voor de herbestemming en verbouwing van monumentale boerderijen, Den Haag, 2010
- Platform Agrarisch Erfgoed: Thema bijeenkomst Herbestemming, Amersfoort, 1 April 2011
- Platform Agrarisch Erfgoed: Thema bijeenkomst Erfgoed en Ruimte, Amersfoort, 22 juni 2018
- Wageningen Environmental Research: Aard, omvang en oplossingsrichtingen van huidige en toekomstige leegstand agrarisch vastgoed in Nederland, Wageningen, 2016
- Het Oversticht: Traditie en vernieuwing. Inspiratieboek voor de transformatie van erven en boerderijen in Overijssel. Zwolle, 2008
- RCE: https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Categorie:Themas
- Erwin Tuin (Buro Vestus) gaf commentaar op de concept tekst