Inspraak bij beleid Gemeente Steenwijkerland m.b.t. vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)

Inspraak VAB: Vrijkomende Agrarische Bebouwing

Mei 2025

De Gemeente Steenwijkerland formuleerde in April 2025 een aantal randvoorwaarden voor  veranderingen op het boerenerf waar agrarische bebouwing vrijkomt.
Die veranderingen houden vaak een wijziging van de bestemming van de betreffende bebouwing in (van agrarisch naar wonen, recreatie of ander bedrijf) of vervanging van de bebouwing voor één of meerdere woningen.
De randvoorwaarden geven voor een aantal situaties aan wat mogelijk is. 

De Boerderijenstichting Land van Vollenhove schreef een reactie met een aantal bezwaren en voorstellen en lichtte deze punten tijdens een raadsvergadering over dit thema ook mondeling toe.

De Boerderijenstichting is blij dat de Gemeente beleid maakt ten aanzien van de vrijkomende agrarische bebouwing en duidelijke randvoorwaarden stelt, zodat leegstand, verrommeling en onwenselijk gebruik worden voorkomen en nieuwe functiebestemmingen mogelijk worden gemaakt. Vooral de behoefte aan omzetting in woonruimte (o.a. dubbele bewoning van de oude boerderij) is groot. Maar bij de huidige regeling zijn serieuze vraagtekens te plaatsen:

Inpassing in en bijdrage aan het bestaande landschap?

Zo stelt het Provinciale beleid als voorwaarde voor bestemmingsverandering dat deze een bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en moet passen binnen de specifieke kernmerken van dat gebied en die moet versterken. Maar in deze nota randvoorwaarden voor VAB worden landschap, cultuurhistorie en ecologie niet genoemd als criteria waar de bestemmingsverandering aan moet voldoen.
Deze nota wordt nu aangenomen terwijl in deze zelfde raadsvergadering wordt aangekondigd dat het omgevingsplan van de gemeenten dit najaar klaar zal komen. Dan hadden dus deze randvoorwaarden voor VAB per deelgebied bepaald kunnen worden, op basis van de specifieke kenmerken van elk deelgebied in plaats van de huidige algemene voorwaarden.

Te ruim gesteld

En als je de huidige randvoorwaarden nauwkeurig bekijkt dan blijken deze wel erg ruim gesteld en lijken deze meer vanuit de optiek van woningbouwbevordering  zijn ingesteld.
Zo is er een 3 km grens van bewoningskernen genomen waarbinnen de functieverandering moet plaatsvinden. Als je die cirkels trekt op de kaart van de gemeente dan is er bijna geen gebied dat buiten die 3 km grens valt. Dus in principe kan het overal.
De nota stelt ook geen maximum aan het aantal woningen dat gebouwd kan worden, alleen percentages van het oppervlak van de huidige bedrijfsgebouwen. Bij opheffing van de grotere ligboxenstallen van tegenwoordig zou dan het agrarisch bedrijf vervangen kunnen worden door clusters van drie – vier woningen op één erf kunnen krijgen. Is dat op erven van de Barsbeek, Kadoelen, Leeuwte e.d. wel wenselijk?

Ook is er nauwelijks beperking tot type en omvang van de bedrijven die het agrarische bedrijf mogen vervangen. Een bouwbedrijf, autobedrijf, een meubelzaak, een supermarkt zijn allemaal mogelijk binnen de toegestane categorie bedrijven. Opnieuw: is dat wenselijk in het Leeuwterveld, aan de Bergkampen of Zuurbeek?

Kortom:   

Prima dat er beleid t.a.v. vrijkomende agrarische bedrijfsruimte wordt gemaakt , maar zijn de staldeuren nu niet wat te wijd opengesteld en lopen we nu niet de kans dat er te veel woningen en bedrijven op plekken gaan verschijnen waar ze minder gewenst zijn?
We hopen dat het omgevingsplan toch wat aanvullende randvoorwaarden zal stellen met name vanuit landschappelijk oogpunt.