Boerenerf
De Boerderijstichting wil graag eigenaren, bewoners, adviseurs en hoveniers een aantal handvatten bieden om de kwaliteit van het boerenerf te versterken en te behouden. Juist bij een verbouwing van een boerderij in het Land van Vollenhove is er een mooie kans om ook kwaliteit toe te voegen aan het erf en dit meer in overeenkomst te brengen met de agrarische historie van de boerderij. Dat verhoogt de belevingswaarde van de boerderij voor bewoners en voorbijgangers en vergroening van het erf draagt tevens bij aan de leefomgeving.
Versterken van de kwaliteit van het boerenerf begint met je verdiepen in de geschiedenis van de erven op het hoge Land van Vollenhove (in een later volgend tweede deel kijken we ook naar het boerenerf in de veengebieden). De boerenerven in ons gebied zijn een belangrijk en karakteristiek deel van het landschap en weerspiegelen de geschiedenis van het landgebruik in het Land van Vollenhove. De inrichting en de “stoffering” van het boerenerf (stookhok, hooiberg, varkens- en kippenhokken en vooral het groen op en om het erf: de haag, boomgaard, moestuin, houtwal, bomen) veranderde in de loop van de tijd mee met de veranderingen in het boerenbedrijf, waarvan we hieronder iets zullen laten zien aan de hand van een aantal voorbeelden.
Aan het eind van dit stuk volgen dan een aantal tips voor bewoners/eigenaars met betrekking tot de vergroening van het erf, rekening houdend met de historie van het boerenerf in het hoge Land van Vollenhove.
De boerenerven in 1832-1900
Op de kadasterkaart van 1832 zie je dat de grote boerderijen aan de Grote Leeuwte allemaal een boomgaard (donkergroen) voor, naast of achter de boerderij hebben. De meeste boerderijen hadden ook een moestuin (paars), meestal direct bij huis, soms op de akkers aan de overkant van de weg.

Ook in de Barsbeek had in 1832 vrijwel elke boerderij een boomgaard en een moestuin, maar hier zijn de moestuinen wat groter dan in de Leeuwte. Ook bij de boerderijen in de Kadoelen en (de grotere) in ‘t Klooster zien we dit patroon, maar in de Kadoelen zijn juist de boomgaarden grotere en (vaak voor én achter de boerderij gelegen. NB. In die tijd stonden er nog geen boerderijen aan de Schaarweg en Bergkampen en in Heetveld waren vooral woningen van arbeiders/dagloners en een enkele (vaak kleine) boer.

Op onderstaande kaart uit 1900 kunnen we helaas de moestuinen niet meer herkennen, maar we kunnen wel zien dat bij de meeste boerderijen nog steeds een boomgaard aanwezig is (stippels in een perceel). Zo ook bij grotere boerderijen in de Barsbeek, de Kadoelen en in ‘t Klooster. Bovendien zien we dat veel erven aan één of twee zijden en soms ook aan de achterzijde (van de weg af gezien) worden begrensd door een singel of houtwal (stippels op de erfgrens).

Een erf uit 1947
De boerderij de Kelder aan de Leeuwte geeft ons waarschijnlijk een goed beeld hoe het erf van een wat grotere boer er in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw uitzag.

Voor het huis stonden een paar knotlinden die schaduw gaven aan de woonkamer zowel als aan de melkkelder. Op vrijwel alle foto’s van oude boerderijen zien we de knotlinden voor de boerderij terug. Daarbij valt op dat de linden vaak wijd vertakt zijn, zodat deze over de hele breedte van de gevel schaduw gaven, en zo geplant zijn dat de stam het uitzicht uit het raam niet belemmerde. Men wilde zicht houden op het erf!
De hagen die vaak om het erf stonden, waren vroeger veelal meidoorn- of hulsthagen: prikstruiken om het vee te keren. Die hagen waren vaak niet hoger dan 1 meter of zo, want men wilde wel in de wei of op de weg kunnen kijken (o.a. opdat de boerin een oogje op de kalveren in boomgaard of kalverweitje kon houden).
De boomgaard voor het huis stond vol met diverse rassen appels, peren, pruimen, mispels, kweepeer onder andere, vooral soorten waarvan de vruchten goed te drogen of in te maken waren (gedroogde appeltjes, pruimen op sap, e.d.). Het is goed mogelijk dat onder de vruchtbomen de kalveren liepen (kalverweitje) zodat de boerin daar vanuit het voorhuis een oogje op kon houden.

De boomgaard was afgesloten van de weg met een meidoornhaag en een sloot. Later zouden bij veel boerderijen de meidoornhaag aan de wegzijde worden vervangen door bijv. haagbeuk en ook werden toen de hagen vaak veel hoger dan 1 m.
Een pad afgesloten met een houtenhek liep van de weg naar de voordeur. De oprit rechts gaf wagens toegang tot de schuur via de baanderdeuren.
Er waren zelfs drie moestuinen. Eén moestuin was vooral voor groenten (met name snijbonen, bruine bonen, erwten, koolrapen, winterwortels, kool en boerenkool. Vooral groenten die je goed droog kon bewaren of inmaken in ’t zout. De andere tuin was vooral een bessentuin (zwarte bes, rode bes, kruisbes, framboos) en de meest rechtse tuin was mogelijk de plek voor de teelt van aardappelen, knollen, e.d.
Een elzenhaag beschermde de middelste moestuin van de koude noorderwind. De elzen waren ook een bron van hout voor de kachel en voor het maken van stelen voor schoppen, bijlen en bezems, en ook wel schalen en andere huiselijke voorwerpen (ook houtsnijwerk).
Links was een rij grote iepen waarvan men de onderste takken regelmatig afzaagde voor brandhout of het maken van hekpalen en waarvan het hout ook zeer geschikt was voor het maken van deuren, meubels, dissels en wagens.
Op het erf verder een plek waar alle rommel werd gestort, de mestvaalt achter het huis en de hooimijt naast het huis.
Een erf uit 1960
Wanneer we de schets van de erfindeling van boerderij de Linde van zo rond 1960 bekijken dan valt, naast de vele overeenkomsten, één verschil met bovenstaande schets van boerderij de Kelder direct op: de boomgaard en moestuin liggen nu niet aan de weg kant, maar aan de andere zijde. Dit komt omdat Boerderij de Linde net als veel andere boerderijen aan de Leeuwte met de voorzijde richting het Leeuwterveld en de achterzijde naar de weg staat en de boerinnen graag de kalverweide, moestuin en boomgaard nabij het woongedeelte van de boerderij wilde hebben. Deze boerderijen staan zo, omdat vroeger de deeldeuren in de achterzijde lagen en het meeste werk te doen was op de akkers aan de andere kant van de weg. Dus was dit toen de meest praktische opstelling.


Ook hier zien we dus aan de voorzijde van de boerderij een grote boomgaard, een grote moestuin met een rij bessenstruiken, maar ook een hok en ren voor de varkens en een hok en ren voor de kippen. En ’t huske !
Eén mestvaalt ligt rechts opzij van de boerderij (naast de melkveestal) en één achter de boerderij (bij de jongveestal). Ook hier op de erfgrens een singel van bomen en struiken en aan de achterzijde van het erf een houtwal met diverse struiken en eiken (veekering, hout). Aan de wegzijde werd het erf afgesloten met een haag (meidoorn?). De oprit naar de schuur ligt links van de boerderij (waar de baanderdeuren zitten) en het pad naar de voordeur rechts van de boerderij.
De vroegere werkverdeling van boer en boerin werd weerspiegeld in het erf
Bovenstaande twee schetsen van een boerenerf op het hoge land Van Vollenhove sluiten goed aan bij de bevinding dat in die tijd de voorzijde van de boerderij en het erf (“vóór) het domein was van de boerin: het bewerken van de moestuin en het verwerken van de groente voor de winter, het drogen en inmaken van de vruchten uit de boomgaard, de zorg voor het kleinvee, de waterput, melken en karnen en alles wat verder met het huishouden te maken had. Het “achter-”deel van het erf was meer het terrein van de boer: de paarden en werktuigen, het hooi in de schuur of op de hooimijt brengen en het vee verzorgen, de stallen uitmesten en de weides bemesten, hout kappen en verwerken, e.d. Dat de taakverdeling tussen voor en achter niet altijd vlekkeloos verliep blijkt uit de verzuchting van vele boerinnen: ‘achter gaat altijd vóór!’
Bij de vele keuterboeren lag die werkverdeling vaak wel wat anders, daar het weinige vee (een paar koeien, en/of wat varkens en kippen) vooral door de boerin werd verzorgd, inclusief het uitmesten, melken, voeren en dergelijke, terwijl de man de meeste dagen werkte als dagloner bij een boer, in het veen en/of in het riet.
De vele functies van groen op en rond het erf
Uit de voorbeelden lezen we de vele functies die het groen op het erf vroeger speelde: producent van groentes, fruit, brandhout, hout voor palen, werktuigen, klompen en kisten, en van varkensvoer (blad, afgevallen fruit, kastanjes), naast functies als windkering, schaduw voor huis en kalveren, veekering en perceelscheiding en bliksemafleider. Het groen op het boerenerf had dus vooral een nutsfunctie, hoewel men ook genoot als de boomgaard in bloei stond en moestuin er frisgroen bij stond. Een grasveldje naast of voor het huis werd gebruikt om de was te bleken en op hagen rond het erf werd soms wasgoed te drogen gelegd.
Maar bepaalde bomen aan de wegkant van de boerderij konden ook een uiting van status zijn: ‘Bij een dikke boer passen dikke bomen’, denk aan een paar grote beuken voor op het erf (zoals bijvoorbeeld bij de boerderij op de Oldenhof).
Hoe het erf sneller veranderde vanaf eind zestiger jaren
Vanaf eind zestiger jaren begint het boerenbedrijf sneller te veranderen.

In de vijftiger jaren zag het erf van boerderij de Vlaskamp (Oppen Swolle 15) er nog uit als weergegeven op onderstaande fig. 9 (zeer vergelijkbaar met de eerdere voorbeelden).

De moestuin en boomgaard en een berg en washok lagen aan de voorzijde, de mestvaalt, varkenshok en de wc achter de boerderij, en de hooiberg aan de zijkant naast de inrit en tegenover de baanderdeuren. Het erf links en rechts werd besloten door een houtwal.
Tegen 1975 is het erf vrijwel geheel volgebouwd (zie fig. 10): rond de oude hooiberg zijn stallen gebouwd, er is een nieuwe hooiberg achter gezet, de kleine wagenschuur uit de zestiger jaren is inmiddels melklokaal geworden en een grotere wagenschuur is achter bijgebouwd, evenals een gierbak. De houtwallen zijn verdwenen (op een enkele boom na), evenals de moestuin. Aan de voorzijde van het woonhuis is nu een siertuintje en grasveld.

We zien dat het groen op het erf stap voor stap werd vervangen door nieuwe opstallen. Daar de boerderijen ooit vrij dicht naast elkaar ontstonden en de ontginning naar voren en achteren plaatsvond (opstrekkende verkaveling) waren de erfpercelen vaak te smal om dit soort uitbreidingen een plaats te geven zonder het groen aan te tasten.
Bij veel boerderijen in deze periode zien we dan ook dat het erf steeds voller en minder groen wordt. De boomgaarden en moestuinen worden deels of geheel omgezet in weiland, verharding of nieuwe schuren, veel singels en houtwallen verdwijnen en worden vervangen door een hek of prikkeldraad. Soms komt er een siertuintje (vaak voor tegen de boerderij aan, soms met klimrozen tegen de gevel) of er wordt er een solitaire sierboom (linde, beuk) voor de boerderij geplant.
Weer een grote verandering: de komst van de ligboxenstal in de tachtiger jaren
Op de schets hieronder (fig. 11) van de boerderij de Linde in 1990 (vergelijk met fig. 7) zien we dat in de voorgaande periode een nieuw woonhuis achter de oude boerderij werd gezet en dat de varkens- en kippenhokken inmiddels plaatsmaakten voor een wagenkapschuur. in de tachtiger jaren werd toen de ligboxenstal vóór het voorhuis van de oude boerderij gezet, ten koste van de moes- en bessentuin. Het voorhuis van de boerderij (opa leefde niet meer en oma kreeg een eigen plek in het nieuwe woonhuis) werd omgezet in melklokaal en melktank. De boomgaard -op twee pruimenbomen na- maakte plaats voor de opslag van kuilvoer. Een groot deel van het erf werd verhard om toegang voor de melktankwagen mogelijk te maken.

Het is een beetje a-typisch voorbeeld wat de plaatsing van de ligboxenstal betreft (meestal werd een stuk weiland naast of achter het oorspronkelijke erf opgeofferd voor de nieuwe stal), maar het geeft wel aan de algemene verdere verdichting van de bebouwing en verstening van het erf. Ook werd wel ruimte op het erf gevonden door in onbruik of ongerede geraakte hokken, hooiberg of oude wagenschuur af te breken (en ook de vervanging van de mestvaalt door de drijfmestkelder schiep wat ruimte). Waar ruimte overbleef werd deze nu veelal ingericht als grasveld met wat bloemperkjes en/of heesters. De hekken voor de inrit verdwijnen in deze tijd vrijwel allemaal om meer ruimte te maken voor de steeds grotere machines en tankauto’s. Van de vroegere boomgaard resten soms nog een paar bomen.
Huidige situatie
Veel historische boerderijen zijn nu niet of nauwelijks meer in agrarisch gebruik en veelal werd een groot deel van de schuur van de oude boerderij bij het woongedeelte getrokken. Waar de woning nog behoort bij een functionerend agrarisch bedrijf, zijn de werkzaamheden grotendeels verlegd naar de ligboxenstal en andere bedrijfsgebouwen, die die door de voortgaande groei van de veestapel steeds groter worden en de oorspronkelijke boerderij vaak (letterlijk en figuurlijk) in de schaduw stellen.
Waar de boerderij de agrarische functie verloor, richten de nieuwe bewoners vaak het erf in als sier- en gemaks-tuin, eventueel met speeltuig voor de kinderen, een zit-en barbecue hoek, een plantenkas, paardenbak, zwembadje en soortgelijke moderne woonwensen. Dat kán heel mooi zijn, maar soms past zo’n nieuwe “stadse” invulling niet goed bij het historische karakter van de boerderij.
Soms wordt een deel van de schuur of een bijgebouw gebruikt voor nieuwe bedrijfsmatige activiteiten (kantoor aan huis, een bed en breakfast, een kapsalon,…). Dit kan prima gaan, maar soms leidt dit tot verder aantasting van het historische erf, bijvoorbeeld als een werkplaats uitgroeit tot een “occasion centre” met tweedehands auto’s over het hele erf.
Waar een haag langs de wegzijde staat, wordt die nu vaak veel hoger dan vroeger: het doel is nu niet langer om het vee binnen te houden, maar om vreemde blikken buiten te houden.
Er zijn ook voorbeelden van (ex-)boerderijen waar de huidige bewoners de oude boomgaard weer nieuw leven inblazen door nieuwe fruitbomen aan te planten of weer een moestuin beginnen of de singels langs het erf weer beplanten met els of eik, meidoorn, hazelaar, en ander groen.
Hoe het erf van oude boerderijen (grote en kleine) weer vergroenen en passend maken bij de agrarische historie van de woning?
Zoals in de aanhef al genoemd, wil de Boerderijstichting graag eigenaren, bewoners, adviseurs en hoveniers een aantal handvatten bieden om de kwaliteit van het boerenerf te vergroten door het erf te vergroenen en meer in overeenkomst te brengen met de agrarische historie van de boerderij.
- Het begin ligt bij het je verdiepen in de geschiedenis van de boerderijen en landschap van de eigen streek. Op de Boerderijen beeldbank van deze website wordt de historie van een groot aantal boerderijen beschreven. Maar je kunt ook ouders en/of vorige bewoners vragen om oude foto’s van de boerderij of eens op facebook bij “Oud Sint Jansklooster” kijken of daar oude foto’s van de boerderij en omgeving te vinden zijn. Ook het lezen van boeken over het boerenleven en boerderijen in deze regio kunnen je veel nuttige informatie bieden (zie de suggesties aan het eind van dit stuk). Wie zijn geschiedenis kent heeft de toekomst!
- Mocht er nog een stenen stookhok, of traditioneel houten kippenhok op het erf staan dan is het goed om te bekijken hoe dit weer in stijl op te knappen en een nieuwe functie te geven die past bij uw woonwensen. Er zijn een paar boerderijen op het Land van Vollenhove waar men het stookhok via een glazen pui heeft verbonden met de boerderij waardoor het als extra leefruimte is te gebruiken. Een opgeknapt traditioneel schuurtje kan weer een nuttige rol spelen als fietsenstalling, kinderspeelruimte, bergruimte of zelfs weer voor een paar kippen. De herstelde hooiberg kan prima als autostalling dienst doen.
- Maar in andere gevallen zou het beter zijn om (een deel van de) in de vijftiger jaren toegevoegde schuren op te ruimen om weer meer lucht en ruimte op het erf te creëren. In bepaalde gevallen is voor het opruimen van ontsierende agrarische bebouwing subsidie te verkrijgen (zie de pagina financiering op deze website, o.a. de “rood voor groen” en de “asbest” regeling). Zelfs het weer afbreken van een in onbruik geraakte ligboxenstal is dan mogelijk.
- Bekijk uw boerderij eens op oudere topografische kaarten (bijv. hisgis.nl voor de situatie in 1832, maar misschien bestond uw boerderij toen nog niet; en www.topotijdreis.nl voor latere jaren m.n. de kaarten ca 1900 en 1955), waardoor u een indruk krijgt van het groen om en op het erf in vroeger jaren. Zulke informatie kan u een basis geven voor een nieuw beplantingsplan: zullen we weer twee knotlindes voor de boerderij zetten zoals vroeger te doen gebruikelijk? Of (een deel van) de bomensingel om het huis weer aanbrengen? Die haag weer langs de weg zetten? Weer aanplanten van een paar fruitbomen, mogelijk oude fruitrassen? Een moestuin(tje) beginnen om eigen onbespoten groenten te telen?

- Vraag lokale hoveniers of ze u kunnen helpen bij de keuze van bomen en heesters die “streekeigen” zijn, met name inheemse soorten. Denk aan eiken, essen, iepen, elzen, lijsterbes, slee- en meidoorn, wilgen, en dergelijke.
- Op oude foto’s kunt u mogelijk ook zien wat voor hekken en afscheidingen er vroeger gebruikt werden om het erf. Vaak zag je een groot houten hek voor de oprit voor de wagens, met daarnaast een kleiner hek dat voor voetgangers en fietsers diende.

Bij de grote boeren zag je wel een gesmeed hek met punten of bogen.

Als afscheiding van boomgaard of moestuin werd -voor de komst van het prikkeldraad- vaak een gevlochten wand van wilgentenen gebruikt.

Vooral bij de kleinere boerderijen was er vaak een heg van meidoorn, hulst en later van haagbeuk of liguster als afscheiding van het erf.

Naar de voordeur en deels rond het huis werd vaak een paadje van veldkeitjes aangelegd. Bij sommige grote boeren werd ook de plek waar de mestvaalt lag van veldkeitjes voorzien.

- Mocht u wat dieren willen houden: vaak liepen de kalveren of schapen of varkens in het gras onder de bomen van de boomgaard. Met geiten is dat wat riskanter wanten die kunnen hoog komen en vreten alles.
- Soms was er op het hoge land een drinkpoel grenzend aan het erf (zie fig. 5, no 5) wat mogelijk als vijver in uw tuin kan terugkomen, met positieve effecten voor fauna en flora.

Downloads:
Onderzoek Het groene boerenerf
Groene elementen op het boerenerf met uitleg en plantinstructie
Lijst streekeigen soorten vruchtbomen en bessen Land van Vollenhove
Lijst streekeigen bomen en struiken Land van Vollenhove
Bronnen / verder lezen:
- Adriaan Buter en het Oversticht, Boerenerven in een groene lijst, Uitgeverij Waanders, Meppel, 1980
- Adriaan Velsink, Petra Faber, Greet Bierema en Hans Dijkstra, Tuinen en erven in het groen. Streekeigen groen in Noordwest Overijssel, Het Oversticht en Provincie Overijssel, Zwolle, 1998
- Sterre van der Brink, Traditie en vernieuwing. Inspiratieboek voor de transformatie van erven en boerderijen in Overijssel, Het Oversticht en Provincie Overijssel, Zwolle, 2008
