Zuurbeek 5, Sint Jansklooster
Fig. 1. Zuurbeek 5 anno 2022 met de heg geknipt in de vorm van een locomobiel (Foto: Henk de Zeeuw)
In 1843 erfde Maria Antoinette van Middachten o.a. een stuk bos van haar vader Reint Wolter baron van Middachten, één van de rijke edelen in Vollenhove. In 1847 verkocht van Maria Antoinette het perceel aan Evert Hendriks ten Napel (landbouwer, getrouwd met Marrigje Klaasen van der Linde). Evert splitste in 1848 het perceel in tweeën en op het deel G 1533 liet hij een huis bouwen (zie fig. 2)

In 1855 verkoopt Evert ten Napel het huis aan Hermen Keessen Post, getrouwd met Grietje Klaassen de Lange. Hermen was zowel boer als raadslid en wethouder in Ambt Vollenhove en eigenaar van diverse boerderijtjes in Ambt Vollenhove.
In 1861 erft zijn dochter Jentje Hermens Post het boerderijtje. Zij trouwt met Anthonie Gerrits Greve, die in 1866 overleed. Na het overlijden van Jentje in 1870 gaat de boerderij naar dochter Jansje Anthonies Greve. Jansje trouwt in 1874 met Gerrit Willemszn Doornink (een boer uit Heerde) maar blijkbaar overlijdt Jansje (in het kraambed?) in 1875. Gerrit houdt Zuurbeek 5 tot 1902 in eigendom maar woont/boert in Heerde. Vanaf begin jaren zeventig hebben er dus waarschijnlijk pachters op het boerderijtje gezeten, maar daar zijn de namen niet van bekend.
In 1902 koopt Jan Jannesen Winters het huis en gaat daar wonen met Geertje Lutens Lok met – uiteindelijk- 8 kinderen (zie Fig. 3).

Jan was los landarbeider en ging spitten, maaien, hooien, melken, sloten schonen, houtwallen onderhouden en stallen uitmesten bij wie hem maar inhuurde. Dit alles ging met de hand en zowel bij de boer als thuis, want Winters had zelf ook een stukje land, een paar koeien, een geit en een varken. Voor het maaien en hooien van het eigen land leende hij een paard van de buren. Voor het vervoer van de melkbussen spande hij de hond voor de hondenkar. Het hooi borg hij op de zolder boven de stal en, nadat die was ingestort, tussen schotten op de deelvloer. Van al dat harde werken hield hij op latere leeftijd zo’n erge reumatiek over dat z’n vrouw de pijp voor hem stopte en aanstak.
Geertje verzorgde thuis de dieren, lette op de kinderen, deed de was met de hand op een wasbord, zorgde dat er eten op tafel kwam, breide sokken, herstelde de kleren, e.d. Ook de zorg voor de moestuin en het schoonmaken en inmaken van groenten berustte bij haar. Gedroogde appeltjes gingen op zolder, aardappelen in de kelder. Ze kookte het eten op een petroleumstel dat op de deel stond vlak bij de achterdeur, dus het was een eind lopen naar de eettafel.
De dochters van Jan en Geertje Winters gingen zodra ze twaalfjaar oud werden naar de boerderij van familie op Zuurbeek 3 om daar te helpen met melken en schoonmaken (en thuis een kostganger minder!).
Oude bouwtekeningen laten zien dat het boerderijtje de bekende driebeukige opbouw had.
De baanderdeuren in de rechterzijde waren maar 1.75 hoog (het dak nauwelijks opgelicht) en achteraan was een deurtje van maar 1.52 cm hoog (zie fig. 4a en 4b; b=bedstee; s=schouw).


De baanderdeuren gaven toegang tot een dwarsdeel met aan de overkant ook een lage deur. Aan de westkant vanaf de deuren tot achteraan was waarschijnlijk de koestal met helemaal links in de hoek een houten hokje dat dienstdeed als wc. In de achterwand waren een aantal mestdeurtjes dus hiervoor zullen hokken voor varkens, geit en/of jongvee zijn geweest.
Het voorhuis kende een grote kamer in het midden met twee ramen in de voorzijde met daartussen een schouw en in de zijbeuken links en rechts twee bedsteden met kast. Onder de bedsteden aan de noordoostzijde was de kelder die bereikbaar was via twee klepdeurtjes vanaf de deel vlak naast de baanderdeuren.
In 1923 werd de boerderij verbouwd (ca 30 % aan belasting “bebouwd” erbij: verlengd of losse schuur gezet?).
In 1936 verkoopt Jan het bouwland naast en achter het huis aan Willem Gerrits Bos omdat hij trouwde met Hendrikje, de jongste dochter van Jan en Geertje. Willem en Hendrikje lieten daar een huis bouwen (nu Zuurbeek 7) waarvoor hij een goedkope hypotheek van de gemeente verkreeg via de Vereniging “Arbeid Adelt”, die arbeiders hielp om een ordentelijk “plaatsje” te kunnen verwerven.
Toen in de vijftiger jaren waterleiding in de buurt werd aangelegd, wilde Jan Winters daar niet aan meewerken want hij had toch goed drinkwater uit de pomp op het erf. Maar aansluiting was verplicht en wie weigerde moest een boete betalen en uiteindelijk zwichtte Jan.
Na het overlijden van Jan in 1965 kwam het huis op naam van 7 kinderen en 4 kleinkinderen. In 1967 komt het huis op naam van dochter Hendrikje Winters en haar man Willem Bos die de boerderij in 1968 verkopen aan Hendrik Vissinga en diens vrouw Anneke Becude. Die passen het huis verder aan door op de deel een keuken, douche en slaapkamers in te bouwen. Zij gebruiken het huis als tweede woning.
In 1993 koopt Josje Nieuwenhuys het boerderijtje. Zij laat het jaar daarop een schuur/garage achter het huis zetten. In die schuur was o.a. plek voor haar antieke locomobiel (uit 1938). Deze stoommachine werd vroeger gebruikt om een machine aan te drijven voor het dorsen van graan of het maken van pakjes hooi. Josje reisde jarenlang met haar locomobiel langs festivals in diverse landen. In Engeland noemen ze haar ‘Queen Mum of Steam’ (zie fig. 5).

Literatuur:
- Josje Nieuwenhuys, Wonen en werken in de Zuurbeek, Kondschap jrg 33 no 2, juni 2017