Oppen Swolle 6, Vollenhove, de Hare
Fig. 1. Hoeve de Hare in 2016 (foto: Vincent Erdin)
In 1849 erft Joan Philip baron Sloet tot Tweenijenhuizen o.a. een groot weiland aan de Grintweg (zoals Oppen Swolle toen heette) waar vroeger het voorname huis de Haere stond (zie “Slotenhagen” in het midden van fig.2). Dat huis bestond al in 1448 en was lange tijd in bezit van de familie Hagen en later van de familie Sloet. Boldewijn Sloet (1588-1650) noemt het huis “Slotenhagen” naar zijn ouders (vader Sloet, moeder Hagen). Diens zoon Coenraad verzoekt in 1675 de Staten om het recht van havezate over te zetten van het erf Kemenade in de Leeuwte naar het huis de Haere/Slotenhagen. Maar zijn buurman Jan Sloet van Tweenijenhuizen tekent protest aan en de Haere wordt dan niet erkend als havezate. Het huis wordt tussen 1825 en 1830 afgebroken.

In 1866 erft Anthony (Anton) baron Sloet van Old Ruitenborgh (1851-1935) o.a. dit perceel van zijn moeder Maria Mechteld Fiorentina Sloet tot Tweenijenhuizen, een dochter van Joan Philip.

Anthony trouwt in 1880 met de Groningse Frederika Margaretha baronesse Lewe van Middelstum, die als onderwijzeres naar Vollenhove was gekomen. Anthony Sloet is van 1885 tot 1913 burgemeester van Stad én Ambt Vollenhove. Anthony laat zich graag in met de landbouw en is één van die vooraanstaande heren die vernieuwing in de landbouw wilde bevorderen. Zo is hij voorzitter van de Overijsselse Maatschappij ter Bevordering van Landbouw, Tuinbouw en Nijverheid en lid van het Genootschap ter Bevordering van de Landbouw. Ook is Anthony medeoprichter en voorzitter van de raad van toezicht van de boerenleenbank Ambt Vollenhove.
Baron Anton laat in 1884 een nieuwe pachtboerderij aan de Grintweg bouwen die “de Hare” gedoopt wordt. De gevelsteen boven de voordeur vermeldt: ‘De eerste steen gelegd door A.H. Baron Sloet van Oldruitenborgh den 22 april 1884′. Deze A.H. is Anton Henri (1880-1950), de oudste zoon van baron Anton.

Op een kaart uit 1886 (fig. 4) is in het vierkantje rechts in het midden de nieuwe boerderij te zien. Bovenaan op deze kaart zijn de restanten van het landgoed Tweenijenhuizen zichtbaar: de vijvers (ingekleurd) en het bouwhuis en koetshuis (twee vierkantjes). De havezate zelf werd een paar jaar eerder (in 1882) afgebroken. Ook de “Weg achter de Haere” (die later grotendeels zou verdwijnen) is op deze kaart nog zichtbaar.
Het bestek voor de bouw van boerderij de Hare geeft aan hoe Baron Anton een ‘moderne’ boerderij zag. De boerderij moest aan de volgende eisen voldoen:
- Een pannen gedekt voorhuis waarin de grote voorkamer voorzien van een grote schouw, twee bedsteden en een kast. Er moest ook dienstbodenkamer met bedstee en kast aanwezig zijn. In de schoorsteen moest op zolder een klep worden aangebracht om daar spek te kunnen ophangen en te roken.
- Achter het voorhuis een rietgedekte schuur met plaats voor een paard-aangedreven karnmolen met stenen rondlooppad, een grupstal voor 23 koeien, een potstal voor pinken en een tweede voor kalveren, een stal voor vier paarden, drie hokken voor varkens, een privaat en de deel met berging voor het hooi.
- Twee kelders: één voor melk en één voor het bewaren van aardappels, waar ook een welput werd gegraven (1.20 meter wijd, 11 meter diep, met koperen pomp en buis). De kelders waren toegankelijk via schuine luiken op de deel (zie fig. 5)
- Links naast het voorhuis een stookhok

De dwarsbalken van het gebinte zitten in deze boerderij heel hoog (zie fig. 6), wat het voordeel had dat men het hooi hier heel hoog kon optasten. Er heeft dan ook nooit een hooiberg bij deze boerderij gestaan, in tegenstelling tot bij vele andere boerderijen in de regio. De bouw van de boerderij kostte destijds f 5074,74 (circa € 2055) en moest binnen een jaar klaar zijn.


Op Fig. 7 zien we dat er in 1895 naast boerderij een klein huisje stond (548) dat bij de boerderij “de Hare” hoorde, wellicht bedoeld voor de knecht en diens gezin. In 1910 wordt dat huisje gesloopt.
In 1922 wordt er een houten schuur naast de boerderij gezet. Aan de andere zijde van de boerderij ligt een boomgaard (zie fig.8).

Boerderij de Hare wordt verpacht. Baron Anton had weinig inzicht in geldzaken en de exploitatie van de boerderij levert dan ook weinig winst voor de familie op, zo vermeldt de familiekroniek.
Na de dood van Baron Anton in 1935 wordt de boerderij beheerd door diens zoon Anton Henri Baron Sloet van Oldruitenborgh (1880-1950) mede namens zijn broers en zus.

In de jaren voor 1953 pachtte Gerard Dikken (1891-1961) getrouwd met Roelofje van Benthem (1894-1978) de boerderij van de familie Sloet. In de periode 1947 tot 1951 wonen naast Gerard en Roelofje, ook de ongetrouwde zoon Jan en een dochter met haar man en gezin in deze boerderij. De dochter en haar gezin verhuizen rond 1951 naar Vollenhove.
In 1952 wordt het pachtcontract voor 12 jaar verlengd, maar een jaar later verkopen de Sloet’s de boerderij, samen met zo’n 20 ha bouw- en weiland, aan Gerard Dikken.

Op fig. 10 en 11 geven de mestdeurtjes de plek van de stal voor 22 melkkoeien aan. Aan de achterzijde van de boerderij hadden 9 pinken hun stal. Waar tot ca 1960 een houten wc was, werd een paar jaar later een stal voor de stier gemaakt (zie fig. 10). Boven de achterste dwarsdeel is opslag van stro. Direct achter de boerderij is de mestplaat en de gierkelder.

Aan de rechterzijde van de boerderij zijn twee stel deeldeuren (baanders) met daartussen de deur voor de paardenstal en de mestdeurtjes van de hokken voor de kalveren (zie fig. 10 en 12). Boven de voorste dwarsdeel was opslag van hooi.

In 1960 bouwt Gerard rechts naast de boerderij een nieuwe stenen schuur voor wagenberging en met hokken voor de varkens en kippen (zie fig. 13a en b).

In 1961 wordt er naast de boerderij een kleine woning gebouwd (no 4a, zie fig. 14) waar Gerard en Roelofje Dikken willen gaan wonen. Helaas overlijdt Gerard in datzelfde jaar.

Gerard’s zoon Bauke Dikken (1921-1999) en zijn vrouw Femmigje van der Linde (1922-2015) en hun gezin verhuizen dan vanuit de Leeuwte naar boerderij De Hare om daar te gaan boeren samen met zijn ongetrouwde broer Jan die daar nog woonde, maar nu verhuist naar het nieuwe huisje Oppen Swolle 4a, samen met zijn moeder Roelofje.
In 1964 wordt de bedstedenwand in de woonkamer vertimmerd tot douche, wc en kast (zie fig.15).


Bauke zet naast de boerderij nog wat houten schuren bij, waarvoor hij onder andere een partij afgedankte houten kerkbanken uit de NH-kerk in Vollenhove opkocht. De naamplaatjes van de (voor die zitplaats betalende) kerkleden zaten nog vele jaren op de wand van de schuur.
Bauke Dikken wordt een vooraanstaande boer die vele bestuursfuncties vervulde o.a. bij de Zuivelfabriek de Eendracht in Vollenhove (later Vecolac en Coberco) en bij de Rabobank Vollenhove-Blokzijl. In 1992 ontvangt hij daarvoor een ridderorde (zie fig.17).

In 1987 neemt zoon Gerard Dikken de leiding op de boerderij over. In 1990 trouwt hij met Alina ten Napel en wordt de boerderij verbouwd (badkamer, grotere keuken, e.d.).

Het jaar daarop wordt naast de boerderij, op de plek waar vroeger de boomgaard was, een ligboxenstal gebouwd met plek voor 46 koeien (zie fig.19).

Vanaf 2005 gaat Gerard naast het boeren ook werken als boekhouder en neemt Alina een groot deel van de veeverzorging en het melken voor haar rekening. In 2012 schakelen ze over van melkvee op het opfokken van jongvee en in 2018 op vleesvee. Twee jaar later gaan ze ook vlees aan huis verkopen. Dat laatste loopt zó goed dat het niet goed meer met de andere werkzaamheden valt te combineren en ze daar mee stoppen. In 2024 wordt het overgrote deel van het land verkocht ten behoeve van de uitbreiding van Vollenhove. De veehouderij op deze plek zal moeten stoppen zodra de woningbouw daar van de grond komt.
Literatuur:
- Rosmalen, B. van (2014) Bouw van een huis met schuur aan de Grintweg, Kondschap 30 no 2: 19-22
- Diverse lemma’s op https://stadvollenhove.nl