Fig.1. Moespot 3 in 2024 (foto Henk de Zeeuw, 2024)
In 1832 staat hier een huis in eigendom van Klaas Boes (1792-1869 landbouwer) met wat bouwland en hooiland, een moestuin en een boomgaard en waarschijnlijk pachtte hij het naastgelegen bouwland van de Nederland Hervormde Kerk van Stad en Ambt Vollenhove. Hij trouwde met Jantje Lok (1802-1827).
In 1845 verkoopt hij het huis aan de Hervormde Kerk, maar blijft er (nu als erfpachter) wel wonen.

In 1849 volgt hun zoon Jan Boes (1823-1893) hem op als erfpachter van dit huis. Ook hij staat als landbouwer te boek, maar hij heeft maar 0,6 hectare eigen land. Jan trouwde in 1845 met Geesje Wendel (1820-1852) en in 1858 met Lampjen Foecken..
In 1876 neemt hun zoon Jochem Boes (1847-1925) de erfpacht over en het is geen verrassing dat hij nu als arbeider te boek staat. In 1878 wordt er een stuk bij aangebouwd. Jochem trouwde in 1873 met Jentje Bos (1846-1902). Waarschijnlijk bleven zij kinderloos.
In 1889 gaat de erfpacht over naar Gerrit Driezen (1860-1896, boerenknecht) getrouwd met Grietje Mulder(1864-1896). In 1896 overlijden beide ouders en blijven de twee zeer jonge kinderen Jantjen (1891-1976) en Jentje (1893-1975) alleen achter en komt de erfpacht op hun naam. Het is niet duidelijk wie dan daar het huishouden doet en de boerderij runt (misschien een familielid van vader Gerrit?). Aan deze situatie komt een eind wanneer Jantjen in 1914 trouwt met Harm-Jan Prins en naar Hengelo vertrekt (zus Jentje zou in 1917 trouwen met Steven Prins).
De erfpacht gaat dan in 1916 over naar Peter (Piet) Zelhorst (1891-1952, landbouwer, later arbeider). In 1917 trouwt hij met Geertje (Grietje) van der Vegt (1892-1973). In navolgende jaren bouwt hij er een schuur, een hooiberg en een stookhok bij. In 1928 wordt een deel afgebroken en vernieuwd en dit deel wordt no 3a, bewoond door de familie Klooster. Zij fungeerden als “vader en moeder” van het Armenhuis in Vollenhove, dat een perceel grond naast de boerderij bezat.
In 1947 wordt de boerderij door brand ernstig beschadigd en vervolgens gesloopt. In 1948 worden op de oude fundamenten twee noodwoningen gezet. De grootste (nr. 3) wordt bewoond door Piet en Grietje Zelhorst (die nog steeds erfpachter zijn) en de familie Eissen. Op no 3a, een kleine keet met puntdak, gaat de familie Klooster wonen.
In 1952 zou de weduwe Grietje Zelhorst-Van der Vegt in 3a gaan wonen (tot begin zeventiger jaren) en Hans Eissen in de grotere noodwoning (no 3). Hij verbouwt deze tot een redelijk goede woning. Hij overlijdt echter al jong (ca 1968).
In 1973 koopt de BV Leijnse (voorheen firma Daalder) het perceel en de keten van de Nederlands Hervormde Kerk.
In 1976 komen Egbert Heite (1929-1994) en zijn vrouw met Margje (Marrie) Stoter (1931-2023) en kinderen hier te wonen, nadat hun vorige noodwoning (Moespot 9) ernstig beschadigd raakte bij de brand in de naastgelegen garage van de BV Leijnse, waar Egbert lange tijd werkte als chauffeur en uitvoerder. De lokale brandweer had nog nooit zo’n gevaarlijke brand meegemaakt, want de volle olievaten die in de loods opgeslagen stonden, ontploften één voor één met enorme vuurballen tot gevolg, waar de brandweerlieden goed schrik van hadden (zie fig.3 ).

Frans Leijnse kocht even later ook de naast 3/3a gelegen boomgaard met het plan om op beide percelen een nieuwe woning neer te zetten: één voor hemzelf en één voor de familie Heite. Maar dat is er nooit van gekomen. Egbert Heite overlijdt in 1994.

Zoon Jan Albert Heite, die voorheen ook bij de BV Leijnse werkte als machinist op een wegenafwerkmachine, koopt in 2005 de woning van Frans Leijnse met het plan er ooit een nieuw huis op te zetten en er zelf te gaan wonen met zijn vrouw Willy van Egten. In de koopoverkomst wordt de afspraak opgenomen dat Marrie Heite -Stoter (als huurder) mag blijven wonen op Moespot 3 zo lang als zij dat wil. Zij zou hier nog tot 2019 wonen.
In 2008 vervangt Jan alvast de oude hooiberg/schuur door een nieuwe garage en berging.

De noodwoning wordt vanaf 2019 verhuurd aan tijdelijke bewoners.