Fig. 1. Moespot 13 ’Van ouds de Moespot’ (foto Vincent Erdin, 2021)
Eind 15e / begin 16e eeuw ontstond een herberg op het kruispunt van de weg over de dijk van de Zuiderzee van Zwolle naar het noorden, en de Moespotvaart waarover turf en goederen werden aangevoerd naar Vollenhove en omstreken. Er trokken hier dus veel mensen langs en iemand vatte het idee op om maaltijden te verstrekken aan de hongerige reizigers. Die warme hap bestond uit verschillende groenten die in een pot boven het vuur werden gegaard, waaruit de naam van de herberg ontstond: De Moespot. Geleidelijk aan ontstond rond de herberg een kleine buurschap die met de naam van de herberg werd aangeduid. En ook de herbergier kreeg soms de naam Moespot als eigennaam toebedeeld, bijv. “Jan Moespot”.

In 1681 is Frans Hamers (ca 1650 – vóór 1693) de herbergier “van dit huis den Moespot” samen met zijn vrouw Femmigjen Uitterwijk (ca 1660 – ?). Na de dood van Frans hertrouwt Femme in 1693 met Bastiaan de Graaf (1660-1717). Maar Femme en Bastiaan hadden het niet breed en de belastinggaarder laat de herberg op een veiling verkopen maar niemand bood iets. De provincie slaat dan de kluft Leeuwte aan voor het verschuldigde bedrag, maar na protest van de bewoners wordt dat ingetrokken. De herberg vervalt aan de provincie en Femme wordt dan huurder. In 1718 wil zoon Joost Hamers (1682- na 1734) de zaak overnemen (Bastiaan is kort daarvoor overleden) en hij stelt de provincie voor om de oude schuld te mogen inlossen. Maar hij betaalde de aflossingen niet op tijd en in 1721 wordt hij uit de zaak gezet. Joost Hamers bouwt dan even ten noorden van de oude herberg (# 13) een nieuwe herberg (# 17) die hij ook “de Moespot” noemt. Vanaf die tijd waren er dus binnen 35 meter van elkaar twee vrijwel identieke cafés van die naam. Beide herbergen hadden een uithangbord met een ketel en een pollepel, de één stond scheef en de ander rechtop.

Na het vertrek van Hamers in 1721 koopt Wolter Gerrits Baan de herberg, maar ook hij bouwt een schuld bij de belastinggaarder op en de herberg moet op last van de provincie verkocht worden om de schuld te kunnen inlossen. In 1733 koopt Hendrik van Eele de herberg voor 100 gulden. In 1765 worden Berend Wemes (1732- ?) en zijn vrouw Jantje Doevendans (1712-1799) de nieuwe eigenaren. Zij verkopen het in 1783 door aan Jan (1756-1842) en Berendje Zandbergen (1745- 1828), twee van de tien kinderen van Jantje Doevendans uit haar eerdere huwelijk met Jurrien Zandbergen. Zij verkochten de herberg op een gegeven moment blijkbaar aan Berend Spijkerman (1735-vóór 1801) en Klaartje Piepenbroek (1740-??), want weduwe Klaartje verkoopt in 1801 de herberg aan Riekent Bruintjes (1761-1814) en Jentjen Rook (1752-1803). Riekent hertrouwt, na het overlijden van Jentjen, met Geertjen van der Woerd (1781-1847). Na het overlijden van Riekent hertrouwt Geertjen op haar beurt met Hendrik Schaart (1784-1858) die als “tapper” van herberg de Moespot in het kadaster van 1832 opduikt.
In 1839 start een diligencedienst van Blokzijl via Vollenhove en Zwartsluis naar Zwolle en Herberg de Moespot wordt een vaste stopplaats. Naast het café was een schuur die aan de kant van de weg een uitbouw had met aan weerszijden dubbele deuren, zodat paarden en diligence er gemakkelijk in en uit konden rijden (doorrit). Hier konden de paarden gewisseld worden en de passagiers konden in het café een verfrissing of maaltijd nuttigen.

Na het overlijden van Geertjen in 1847 vertrekt Hendrik Schaart naar Vollenhove en betrekken Catharina Bruintjes (1812-1848, de dochter van Geertjen en haar eerste man) en haar man Hendrik de Lange (1810-1878) de herberg. Zij kopen de andere rechthebbende uit.
In 1878 krijgt hun zoon Derk de Lange (1844-1901), die in 1873 trouwde met Jantien Schuttert (1849-1914) het volle eigendom. Zij laten op dezelfde plek op vrijwel hetzelfde grondplan een nieuwe herberg bouwen, “Vanouds de Moespot” genoemd, die naast boerderij en herberg nu ook als kruidenierswinkel dienstdoet. Na Derk’s overlijden zet Jantien de herberg voort en runt daarnaast de winkel. Broer en zus Hendrik Jan (1876-1923) en Annigje de Lange (1891-1923) zouden haar bijstaan en na 1914 de boel voorzetten.

In 1872 was de Vollenhoofse Diligence Dienst van start gegaan en de diligence reed dagelijks van Vollenhove naar Zwartsluis, met aansluiting op de boot naar Amsterdam, en vice versa. De diligence zou blijven rijden tot 1914, toen de tramlijn begon te functioneren die liep van Zwolle naar Blokzijl. De Oude Moespot fungeerde daarbij in de buurschap als wachtkamer voor de ‘halte op verzoek’, wat werd aangegeven door een rode vlag uit te hangen. Na de opheffing van de spoorwegmaatschappij werd de lijn overgenomen door de busdienst
Vervoermaatschappij De Noordwesthoek, waarbij de ‘halte op verzoek’ bleef voortbestaan.

In 1923 neemt Jan van der Linde (1870-1939) de herberg over. Jan is kassier van de Coöperatieve Boerenleenbank Ambt-Vollenhove en maakt zijn kantoor achter de caféruimte die gelijk als wachtruimte voor de bank dienstdoet. Het plan om er een aparte wachtkamer bij aan te bouwen werd nooit gerealiseerd.

Fig. 7. Jan en Lammigje van der Linde
Vanuit de schuur drijft hij een handel in kunstmest en andere agrarische artikelen (prikkeldraad, hooivorken, klompen,.. . Het runnen van het café en de kruidenierswinkel zal dus waarschijnlijk vooral door zijn (tweede) vrouw Lammigje Weijs zijn gedaan (1882-1979). In de schuur maken ze een slaapkamer en een keuken en bouwen er een bijkeuken bij aan.

In 1939 koopt Jannes Mooijweer (1902-1984) de herberg en zet de IVA-kruidenierswinkel en café voort samen met zijn vrouw Trijntje Brouwer (1905-1972). De herberg staat dan mede (1/6 deel elk) op naam van dochter Aaltje (1930-2013) en Albert (1934-2005).
In 1967 wordt Albert Mooijweer, getrouwd met Agina Bunt, alléén eigenaar van de oude herberg. Hij verbouwt dan het voorhuis: het café wordt winkel en de vroegere winkel wordt bij de woonkamer getrokken. Dus na 1967 was de Oude Moespot geen café meer. In de schuur gaat de verkoop van kunstmest en andere agrarische artikelen door. In het kantoortje regelt Albert de administratie van de onderlinge brandwaarborgmaatschappij.

In 1978 wordt de winkel vanwege teruglopende inkomsten gestaakt. De ramen in de voorgevel worden dan weer in de originele staat teruggebracht.
In 1994 gaat het huis over naar hun zoon Jan Mooijweer, buschauffeur, die er met zijn echtgenote Margriet Muizelaar gaat wonen en in de schuur en het weiland als hobby nog een paar schapen en mini-koeien houdt.
Bron:
Jos Mooijweer, ‘Het raadsel van de Moespotten’, in: Koos Dijkstra, Jan Paasman, e.a. (eds.), Uit de geschiedenis van Brederwiede, Kampen, 1982.