Leeuwte 73, Sint Jansklooster

Fig. 1 Voorzijde in 2023 (Foto: Henk de Zeeuw)

Als bouwjaar wordt 1750 genoemd (maar niet te verifiëren). Het huis was oorspronkelijk een vervenershuis en smaller, lager en korter dan heden ten dage (bij benadering binnen de stippellijnen op fig. 3).

Fig. 2. Plattegrond Leeuwte 73 (stippellijn: het vervenershuis); reconstructie HdZ)

In 1832 woonde hier Andries Dragt een turfboer. Veel boerderijtjes aan de noordzijde van de Kleine Leeuwte en aan het Beulakerpad waren turfboer. Maar het veen raakte eind 18e eeuw op en dus gingen de turfboeren veelal wat meer boeren.

In 1850 erfde Froutje Dragt de woning; zij was getrouwd met Luiten van Dalen, veehouder.

In 1901 neemt zoon Gerrit Luitens van Dalen de boerderij over. In 1925 bouwde Gerrit achter het huis een grotere bredere en hogere schuur door het vierkante werk daar verder uit elkaar te plaatsen en te verlengen. In de zijwand kwamen grote baanderdeuren (zie Fig. 3).

Fig 3 De boerderij na 1901
Fig 3 De boerderij na 1901

In de schuur werd ook een geute (spoelplaats) met stenen put en houten pomp gemaakt. Aan de zijkant van de schuur kwamen wat varkenshokken. Naast en achter de schuur was een grote boomgaard.
De grote voorkamer kende een schouw met rookkanaal en twee bedsteden en een kast, waaronder een kelder met tongewelf. Ook in de andere kamer/keuken was een schouw en een bedstee.

In 1926 erfde Luiten Gerrits van Dalen de boerderij. Hij was een paar jaar eerder getrouwd met Jacobje Everts Leeuw.
In de tweede wereldoorlog zaten er onderduikers in de rietvelden achter de boerderij, die van eten werden voorzien door de Van Dalens. Eén van hen zou tot eind van de eeuw elk jaar langskomen om de familie daarvoor steeds weer te bedanken.
In 1961 verbouwde Luiten het voorhuis: de drie bedsteden boven de kelder werden verwijderd, het keldergewelf werd gesloopt, de kelder werd gedempt, waardoor twee kleine slaapkamers ontstonden (zie fig. 4). Op de deel werd toen ook een extra slaapkamer gebouwd.

Fig. 4 De kelder gedicht maar nog zichtbaar waar het tongewelf zat

In 1971 zouden de beide nieuwe slaapkamertjes worden vergroot door het dak op te lichten en de zijmuur naar buiten te plaatsen zodat deze in het verlengde van de zijmuur van de schuur kwam te staan (zie Fig. 5).

Fig.5 Het verbrede voorhuis

Fig. 6 geeft een beeld van de boerderij in de zestiger jaren.

Fig. 6 Leeuwte 73 in de zestiger jaren (Foto: privé collectie)

In 1966 erfde Evert Van Dalen (getrouwd met Jeltje van Rossum) de boerderij. Evert liet in 1969 achter op het erf een kapschuur bouwen voor hooiopslag (boven) en stalling van jongvee (beneden). Ook liet hij tussen de boerderij en de kapschuur een veestalling bouwen (met twee rijen koeien in grupstallen), die in 1979 verder werd vergroot en waar toen ook een wagenberging tegenaan gebouwd werd (zie foto 7 en 8).

Fig. 7. De veestalling met daarachter de hogere kapschuur (foto: collectie Tomson)
Fig. 8 De veestalling van binnen (foto: collectie Tomson)

In de schuur van de oude boerderij werden toen extra slaapkamers, een bijkeuken en een douche gebouwd op de plekken waar vroeger de koeien stonden. Het middenstuk bleef in gebruik als deel.

Evert overleed in 1983 na een ongeluk met de trekker. Weduwe Jeltje en haar zoon Jacob van Dalen zetten de boerderij voort en maakten er in 1988 een maatschap van.

In 1997 namen Anton en Trudy Tomson de boerderij van Jacob over. De veestalling en wagenberging werden afgebroken. De oude boerderij werd in de volgende jaren geheel tot woonhuis verbouwd en de kapschuur werd veranderd in een hobby- en werkruimte.

Fig 9 De achterzijde van de boerderij in 1998 (foto: collectie Tomson)