Leeuwte 70, Sint Jansklooster, Erve Maaskamp
Fig. 1 Voorzijde in 2022 (Foto Philip Friskorn)
Op de plek van de huidige boerderij heeft al eeuwenlang een boerderij gestaan, getuige het feit dat de naam van deze boerderij al in een oud zijlregister voorkomt. In 1449 wordt de boerderij hier vermeld als het “Henric Maesguede”, het latere Maaskamp.
Deze boerderij was lang in het bezit van het klooster Sint Jan en vervolgens van het Rentambt van St Johanneskamp. Latere bewoners zouden de naam van de boerderij overnemen als eigennaam. Zo waren pachters uit de 17e en 18e eeuw o.a.: Roelof Rijckents Maaskamp (1647- ?) getrouwd met Geesje Lubbers; Rijkent Roelofs Maaskamp (1682-1769) getrouwd met Lubbigje Hendriks Kool, en Lubbigjen Rijkens Maaskamp (1744-1815) getrouwd met Harm Willems Sieverink (1752-1792).
In 1832 vinden we de boerderij terug in het net beginnende kadaster met als eigenaar Jan Willems Zandbergen getrouwd met Lammigje Harms Meijlof. Op de kadasterkaart van 1832 (zie fig. 2) is te zien dat er toen een (heel grote) boerderij stond evenwijdig aan de Leeuwterweg, dus dwars op de plaatsing van de huidige boerderij (de rode contour).
Jan was een grote boer die ook een boerderij in de Kadoelen bezat en wel 35 hectare grond.

Zoon Willem Jans Zandbergen zette na het overlijden van vader Jan Willem in 1840 de boerderij voort; Willem is dan net 19 jaar. Het eigendom van de boerderij ging formeel pas over in 1856. Toen was het ook (hoog?) tijd om te trouwen en wel met z’n nicht Seintien Heetebrij. Het is niet duidelijk waarom Willem de boerderij in 1876 verkocht (ziek? hij zou pas in 1888 in Steenwijk overlijden). Hoewel er een openbare verkoop werd aangekondigd (zie fig. 3) is het zijn oom Harm Willems Zandbergen en diens vrouw Jentje (Jantien) Stam die de boerderij overnemen.

Volgens het kadaster dateert de huidige boerderij van 1890, maar het is mogelijk dat in 1850 al een deel van de oude boerderij werd herbouwd. Een onderzoekje door de huidige (mede-) eigenaar Bas Heite geeft aan dat de boerderij pas ca 1933 volledig z’n huidige vorm kreeg (zie fig. 4.).

De boerderij zag er sinds die tijd zo uit als op fig. 5. Let op de zesvlaksverdeling van de ramen.

De beschrijving van de oude situatie op een bouwtekening uit 1967 (zie fig. 6) laat zien dat het voorhuis voordien bestond uit twee voorkamers gescheiden door een gang, beide kamers met een schouw. In beide kamers waren bedsteden ingebouwd. De zijkamer links op de tekening was waarschijnlijk de keuken en voordien mogelijk karn- en spoelruimte. Achter de kamer rechts en deels onder de bedsteden was een grote kelder.

De schuur had aan de zuidzijde twee grote baanderdeuren (zie fig. 5) waarachter elk een dwarsdeel. Daartussen lag waarschijnlijk de hooiopslag. De koestal lag waarschijnlijk langs de noordzijde van de schuur (zie stalraampjes op fig. 7). De balken in de schuur zijn op niet logische plekken ingekeept wat wijst op hergebruik van balken uit de vroegere boerderij.

Na het overlijden van Harm Zandbergen in 1893 zouden weduwe Jantien Zandbergen-Stam en de kinderen hier nog een paar jaar wonen om dan in 1900 de boerderij te verkopen aan Anton Henri baron Sloet van Marxveldt (zie fig. 8), de dijkgraaf van het Waterschap Vollenhove.

De baron verpachtte boerderij en land eerst aan Willem Winters (overleden in 1936) en zijn vrouw Froukje Barends van Benthem en vervolgens aan Barend Winters getrouwd met Jansjen van der Linde.
Na de dood van baron Anton Henri in 1957 bleef de boerderij nog een paar jaar in bezit van zijn weduwe Maria Digna Frederika baronnesse d’Ablaing van Giesenburg en haar kinderen, maar in 1965 werd de boerderij en de grond verkocht aan de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Barend en Jansje Winters kregen toen de kans om -in het kader van de ruilverkaveling- een boerderij te stichten aan de Uitterdijkenweg.

Natuurmonumenten verhuurde het pand toen aan een fabrikant van salonwagens en zomerhuisjes (zie fig. 9).
In 1966 ruilde Natuurmonumenten de boerderij met Berend van Egten (rietdekker, zie fig. 10) voor een som geld en een eiland in de Beulaker Wijde. Berend gebruikte de schuur voor de opslag van zijn riet en als caravanstalling.

Voordat Van Egten en zijn vrouw Roelie Apperlo erin trokken, werd het voorhuis eerst verbouwd. De bedsteden boven de kelder en het gewelf van (een deel van) de kelder werden weggebroken om een slaapkamer te realiseren en de bedsteden in de kamer werden vermaakt tot kasten. In de negentiger jaren werden achter de voorkamer een bijkeuken en een badkamer op de deel gebouwd.
Literatuur:
- Bas Heite, Bouwhistorische verkenning Leeuwte 70 Sint Jansklooster, januari 2022