Leeuwte 57, Sint Jansklooster, Clossers Erve

Fig 1. De boerderij na renovatie in 2022 (Foto Henk de Zeeuw)

In welk jaar de boerderij “Clossers Erve” werd gebouwd, is (nog) niet duidelijk, maar tussen 1788 en 1803 was Evert Derks ten Napel (1742-1815) de eigenaar. Vervolgens ging de boerderij over op zijn zoon Derk Everts ten Napel  (veehouder; 1773-1842).

Fig. 2. Leeuwte 57 op kadastrale kaart van 1832 (middelste boerderij is Clossers Erve, rechts de afgebroken boerderij van Willem Lassche)

Na diens overlijden werd de boerderij door de erfgenamen verkocht aan Albert Hendriks Visscher (landbouwer, 1816-1899) die in 1842 trouwde met Marrigjen Lassche, de dochter van Willem Lassche (landbouwer/turfmaker) die in een grote boerderij naast Derk ten Napel woonde (zie fig. 2 rechter boerderij). De boerderij van Willem Lassche werd na diens dood in 1858 afgebroken. De daarbij behorende grond werd bij Clossers Erve getrokken. Marrigjen overleed al twee jaar na haar huwelijk met Albert en in 1850 hertrouwde Albert met Hendrikje Alberts Tuin (1811-1894), de weduwe van Hermen Boxum (1806-1847).

Fig 3a. Westzijde van de boerderij met de mestluiken en deur naar de deel
Fig 3b. Westzijde van de boerderij met de mestluiken en deur naar de deel

De boerderij gaat in 1894 over naar Harm Jans Lok (1836-1895) die in 1868 getrouwd was met Grietje Boxum (1841-1930). Daar Harm een jaar later stierf ging de boerderij toen naar Grietje en haar kinderen Aaltje (en haar man Evert Alberts van Benthem), Jan en Hendrikje Lok.

Na het overlijden van Grietje in 1930 komt de boerderij in bezit van zoon Jan Harms Lok (1869-1946) aanvankelijk samen met Simon Dragt, Jan Everts van Benthem en Harm Jans Lok. Jan Lok trouwde met Jacobje Apperlo (1866-1936). In 1934 wordt perceel D 507 (huis en erf) samengevoegd met de percelen 503, 505 en 506 (weiland) en 504 en 544 (boomgaard), zie fig.4. Deze percelen waren in de eeuw daarvoor steeds met de boerderij aan de volgende bewoner-boer doorgegeven. 

Fig. 4. Hulpkaart van het kadaster uit 1938

In 1939 komt Jan Everts van Benthem (1902-1976) op de boerderij daar hij in 1931 getrouwd was met Geesje Lok (1903-1950), de dochter van Jan Harms Lok en Jacobje Apperlo. De boerderij is dan mogelijk zo ingedaald als op de plattegrond van Fig 5.

Fig. 5. Vermoedelijke indeling van de boerderij vóór de verbouwing van 1967 (reconstructie Henk de Zeeuw)

In 1967 laat Jan van Benthem om het voorhuis een nieuwe muur met spouw aanbrengen. Daarbij werd aan de oostkant de zijmuur hoger opgetrokken en zodat daar ook grote ramen geplaatst konden worden. Dat leidde tot het “gemoderniseerde” uiterlijk van de boerderij zoals te zien op fig. 6.

Fig 6. Voor- en oostzijde van de boerderij na de verbouwing van 1967

Dochter Hendrikje Jans van Benthem ( 1943 – ?) erft het huis in 1977 na overlijden van vader Jan (haar moeder overleed al toen zij nog maar 7 jaar oud was). Zij trouwde met Albert Roelofs van Benthem (1940-2015).
In 1979 bouwt Albert achter de boerderij een jongveestal en berging op de plek van de oude houten schuur daar.

Fig 7. De jongveestal

In 1988 bouwt hij een mestkelder naast de boerderij.

Fig. 8. Lokatie van de mestkelder

In 2007 wordt een stal voor de pony met een open gedeelte (garage/berging) gebouwd.

Fig. 9. De paardenstal en garage/berging

In 2013 koopt Eric Lassche het pand. Begin twintiger jaren restaureert hij de boerderij volledig en bezorgt de boerderij weer veel van de oude uitstraling terug.

Fig 10. De poeren onder de staanders worden hersteld (foto Arco Lassche)