Leeuwte 55, Sint Jansklooster, Erve de Linde
Fig. 1. Situatie 2023. In het midden de achterzijde van de oude boerderij, uiterst links de ligboxenstal, rechts het vernieuwde woonhuis (foto: Henk de Zeeuw)
Volgens de administratie van het oud-archief van het waterschap Vollenhove droeg deze boerderij al in 1696 de naam De Linde. Ze is dan eigendom van Rutger Zwier van Haersolte, heer van Toutenburg. Deze bleek een aantal jaren later zoveel schulden te hebben dat hij in 1716 de boerderij de Linde verkocht aan de weduwe van Claes Hermens (1670-1712) die deze boerderij al langer pachtte. Daarna zouden Jan Hermens (1697-1773) en Hermen Jans van der Linde (1723-1779) hen opvolgen als eigenaren of pachters (want in de 18de eeuw zouden de Van Haersoltes nog weer enige tientallen jaren eigenaar van deze boerderij zijn). De achternaam Van der Linde werd voor het eerst genoemd in de akte van het huwelijk van Tijmentje Klaassens “van der Linde” in 1718 met de Blokzijler schoolmeester Frans Keeman. De naam van de boerderij was blijkbaar opgenomen in de naam van de eigenaren daarvan, iets wat wel vaker voorkwam in die tijd.
Boerderijhistoricus Klaas Uilkema bezocht in 1924 boerderij ‘de Linde’, toen J. van der Linde de boerderij bewoonde. Uilkema geeft aan dat dit oorspronkelijk een hallehuis was met de deeldeuren in de achtergevel (aan de wegkant dus) aan het einde van de middenlangsdeel. Eind 18de eeuw werd er aan het hallehuis een zijschuur aangebouwd voor hooiopslag en de rosmolen (zie de rechthoek rechts op Fig.4). De hooistapel kreeg toen een plaats op de voorheen open middenlangsdeel van de boerderij en de deeldeuren in de achtergevel werden vervangen door twee stel baanderdeuren in de zijgevel met dwarsdelen daarachter.

Bij de invoering van het kadaster in 1832 was veehouder Hendrik Klaassens van der Linde eigenaar van twee boerderijen: de familieboerderij De Linde (Leeuwte 55) en de later afgebroken boerderij op Leeuwte 41 tussen Erve de Kelder en de Duinweg (destijds waarschijnlijk ’t Laar of Oosterhout geheten) met in totaal ca 22 ha land, bestaande uit bouwland, weiland en hooiland.
Zoon Luite zou het bestieren van de boerderij overnemen, maar na zijn vaders dood bleef zijn moeder (Annigje Siemans Klaver) eigenaar van de boerderij tot zij overleed in 1889 en de boel werd verdeeld tussen Geertjen van Dalen (de weduwe van Luite) en wel 18 andere erfgenamen.
De eind 18e eeuw aangebouwde zijschuur werd in 1903 weer afgebroken, toen er minder ruimte nodig was door de komst van de melkfabriek (rosmolen en karn konden weg). In de zijbeuk aan de kant van de verwijderde hooischuur werd een grupstal geplaatst voor ca 10 koeien (zie de mestluiken op fig. 3).

Ook een kleine, diepe potstal voor de kalveren en een aantal varkenshokken kwamen daar. Langs de achtergevel kwamen een varkenshok en een paardenstal. Bij deze grote verbouwing in 1903 werden ook de buitenmuren – tot die tijd van gepotdekselde planken- nieuw opgemetseld.

Deze plattegrond laat ook zien dat het oude voorhuis bestond uit een grote kamer in het midden met schouw, rechts daarvan een gang en een slaapkamer met twee bedsteden. Daarachter op de deel was de knechtenkamer (met deur naar buiten). Links van de grote kamer was een smalle ruimte boven de kelder (bergruimte of karnruimte). Daarachter op de deel was de spoelplaats met pomp.
In 1943 werd Hendrik Luitens van der Linde de eigenaar. In 1962 volgt Luite Hendriks van der Linde hem op. Hij bouwde toen een nieuw woonhuis aan de achterkant van de oude boerderij (aan de wegkant) terwijl de ouders in het voorhuis bleven wonen. In die tijd stonden er circa twaalf melkkoeien in een grupstal en de kalveren in een potstal. Dus sinds Uilkema de boerderij bezocht in 1924 was er blijkbaar niet zo veel veranderd.
In de zestiger en zeventiger jaren zou de stal rechts naar voren en achteren verlengd worden en de paardenstal en varkenshokken aan de achterzijde zouden vervangen worden door een grupstal.

In 1972 nam Albert van der Linde de boerderij over. Hij installeerde toen een melklokaal met gekoelde melktank in het voorhuis van de oude boerderij en de oude moeder (vader was al overleden) kreeg een plek in het nieuwe huis. In 1986 werd voor de oude boerderij een ligboxenstal met doorloopmelkstal gebouwd (zie fig. 6).

In 2004 werd het melkveebedrijf gestopt. Het bedrijfsgedeelte is nu alleen nog in gebruik voor kalver opfok. In 2020 werd de boerderij verkocht aan zoon Gerko van der Linde die het woonhuis uit 1962 geheel renoveerde.
Literatuur:
E.L. van Olst, Uilkema, een historisch boerderij-onderzoek. Boerderij-onderzoek in Nederland 1914-1934. Deel 2 (boerderij KU-238), Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Arnhem 1991