Leeuwte 51, Sint Jansklooster, Erve Wildinge
Fig. 1 Voorzijde (noord) in 2022 (Foto privé collectie)
Volgens bouwijzers in de voorgevel is deze boerderij van 1792. De boerderij heeft de status van rijksmonument (# 10580). De boerderij staat met de kop naar het Leeuwterveld en de achterkant naar de weg.
In 1832 was de boerderij van Marrigje T. Beldt, de weduwe van Teunis Drok, die als beroep landbouwer meekrijgt dus blijkbaar zelf de boerderij beheerde. In 1853 erfde haar zoon Jan Teunissen Belt (nu zonder d!) de boerderij.
In 1867 kwam de boerderij in bezit van Klaasje van der Linde, weduwe van Stoffer Weijs. In 1893 verviel de boerderij aan haar zoon Herman Stoffers Weijs.
In 1900 werd de boerderij verbouwd/vergroot.
In 1925 erfden Trijntje Spans (de tweede weduwe van Herman Stoffer Weijs) samen met de kinderen Stoffel, Klaasje en Maria de boerderij. In 1927 stierf moeder Trijntje en Stoffel Hermans Weijs nam de boerderij over met de zussen als mede-eigenaren, die in 1930 uitgekocht werden.
Na de dood van Stoffel Hermans Weijs in 1947 werden zijn vrouw Niesje Beerends Spans en de kinderen Herman en Berend de eigenaren. Herman trouwde met Vrouwkje ten Napel en werd boer. Herman had gymnasium gedaan en sprak ook graag frans met je als hij in de gaten kreeg dat je dat verstond (en ook wel gewoon om indruk te maken). In 1979 komt de boerderij op naam van Herman alleen.
In de periode voor WO-II zal de boerderij er waarschijnlijk zo uitgezien hebben als op de plattegrond (zie fig. 2).

Aan de westzijde (op figuur 2 links) weren twee stel baander deuren met hoog opgelicht dak (zie Fig. 3). Tussen de baanderdeuren waren de stallen voor paard(en) en de stier. Later is hiervan een knechtenwoning gemaakt.

Aan de oostzijde was een grupstal voor het melkvee en aan de achterzijde was een stal voor het jongvee. Beide stallen met daarboven zoldertjes (hilden) en daarachter de mestluiken waardoor de mest naar buiten werd gewerkt (zie Fig. 4.)

Aan westzijde op de dwarsdeel was een afscheiding in hout waar vroeger de melk-/spoelkamer was (en later een badkamer werd gemaakt, zie fig.2). In het midden was een trap naar de zolder. De deel was deels in leem en deels in klinkers uitgevoerd. Het hooivak lag in het midden van de deel (zie fig. 5), waar men twee ankerbalken had verwijderd om het hooi hoger op te kunnen tasten (met gevaar dat de draagconstructie in het midden zou gaan wijken!).

Het voorhuis had aan de westzijde twee opkamer met bedstee boven een kelder met tongewelf (zie fig. 6) die toegankelijk was vanaf de deel.

In het midden lag de pronkkamer met schouw, een driekwartronde hoekkast en een gedecoreerd gestucte plafond. Aan de oostzijde naast gang was de (woon-) keuken met bedstee en kastruimte (zie fig. 7).

Naast de boerderij stond een schapenhok die de heer A. Schurink (zonder beroep uit Vollenhove) hier in 1974 mocht bouwen van Herman Weijs, omdat de broer van Schurink -waar die schapen voorheen liepen- die beesten niet langer op zijn land wilde hebben. De welstandscommissie van de Gemeente keurde dit plan aanvankelijk af omdat die hokken het zicht op het rijksmonument zou aantasten, maar de Gemeente keurde het plan toch goed. Schurink haalde echter de bouwvergunning nooit op, waarschijnlijk omdat hij het geld voor de leges niet kon missen. Maar het schapenhok kwam er wel.
In 2005 kocht A. Dekens uit Urk de boerderij en werd de boerderij geheel gerestaureerd en intern grondig verbouwd en gemoderniseerd. Hij gebruikte de boerderij als tweede woning. Hij heeft nog een tijd zaterdags vis gebakken en verkocht in de -in 2011 gebouwde- “garage plus dierenverblijf”, maar daar trad de gemeente al snel tegen op. Dat dierenverblijf was voor de steeds ontsnappende damherten van Dhr. Dekens die de schapen van Schurink hadden vervangen.
Vanaf 2019 tot 2022 was hier het yoga- en retraite-centrum van Slot-Zentrum gevestigd.