Leeuwte 43, Sint Jansklooster, Erve Op den Hoek (Middachten)

Fig. 1. Voorzijde van Erve Op den Hoek na de restauratie (Foto Philip Friskorn, 2022)

Deze boerderij staat op de hoek van de Leeuwte en de Duinweg [beide heel oude wegen]. De oudste delen van Erve ‘Op den Hoek’, onder andere een deel van de voorgevel en het gebinte, dateren uit 1680. Het was oorspronkelijk een hallehuisboerderij met de deeldeuren aan de achterzijde, de deel in het midden en wat koeien in een potstal aan weerszijden van de deel.
Opvallend is dat de boerderij met de achterzijde naar de weg staat en het voorhuis uitkijkt op het Leeuwterveld. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de meeste activiteiten plaats vonden op de hoger gelegen gronden (de Kampen) aan de overzijde van de weg: aanvankelijk vooral akkerbouw.

De boerderij werd later ook wel ‘Middachten’ genoemd, naar de adellijke eigenaren van de hoeve in de periode 1753 tot 1846. De familie Middachten was grootgrondbezitter die diverse boerderijen in de Leeuwte en elders op het hoge land van Vollenhove bezaten (o.a. naast Op den Hoek ook de erven ter Hekke, Maanbeeke, en Oosterwold in de Leeuwte). Dit o.a. doordat Willem Theodoor van Middachten tot Vrieswijck (1725-1795) in 1750 trouwde met Gijsbertha van Dorth (1728-1807) van het huis Old Hagensdorp in Vollenhove.

Fig. 2. Voorzijde vóór de restauratie met karakteristieke hoog opgemetselde schoorsteen [foto Hans van Beelen 1947, bron: Openluchtmuseum Arnhem]
Fig. 3. Voorkant en linkerzijde met staldeurtjes [foto Hans van Beelen, 1947, bron: Openluchtmuseum Arnhem]

Deze boerderij komt in veel historische boeken voor als hét voorbeeld van de overgang van het oude hallehuis met middenlangsdeel en schuurdeuren [‘baanders’] in de achtergevel, naar het dwarsdeeltype met de deuren in de zijgevel. Veelal liet men bij deze overgang de oude achterdeuren vervallen, zodat men daar stalruimte kon maken, maar bij deze boerderij bleven ze zitten, zodat men hierin een uniek overgangstype zag met zowel baanders aan de achterzijde als aan de zijkant (zie fig. 8). Maar dit verhaal klopt niet helemaal, omdat er bij deze boerderij een tussenstap is (de zijschuur) waardoor die deuren in de zijkant er pas in 1911 ingezet worden.

Begin 19de eeuw bouwde men een zijschuur aan de boerderij om plaats te creëren voor een rosmolen voor het karnen van boter, meer hooiopslag en extra stalruimte voor de groeiende veestapel. In die tijd werd ook de oude potstal vervangen door een grupstal in de zijbeuk en op de vroegere middenlangsdeel kwam een hooitas.

Fig.4. Erve op den Hoek met zijschuur op kadasterkaart 1832 (paars: moestuin; donkergroen: boomgaard, lichtgroen: weiland)

In 1832 staat jonkheer Reinerus (Reint) Willem J.H.F. van Middachten tot Vrieswijck en Old Hagensdorp (1755-1840), zoon van Willem Theodoor en Gijsbertha, te boek als eigenaar van deze boerderij (zie fig. 5). Hij was een nogal conservatief heerschap uit een katholiek gebleven familie die niet veel van de verlichting moest hebben. Hij bleef lang pruiken dragen hoewel dat al uit de mode was en je daarvoor in de Bataafse Republiek belasting moest betalen. In 1811 vroeg hij de titel “baron” aan bij keizer Napoleon Bonaparte die hem die titel ook verleende. Hij was een tijd lid van de Provinciale Staten van Overijssel maar weigerde de eed af te leggen en moest dus afstand van z’n zetel doen. Hij was ook een aantal jaren lid van de gemeenteraad van Vollenhove, waar hij een rol speelde bij het opzetten van nijverheid rond de visserij o.a. de bouw van een bokkinghang.

Fig.5. Reint Willem van Middachten (schilderij door Cornelis Thim; bron CHC Vollenhove)

In 1843 erft dochter Maria Antoinette van Middachten (1780 – 1804) de boerderij die ze in 1846 verkoopt aan Evert Willemszn Lok (1805-1877), die getrouwd is met Geertjen de Jonge (1803-1866), samen met bouwland, boomgaard en een bosje hakhout op de Leeuwterkampen, moestuin, boomgaard en weiland op de Leeuwter Voorslagen, diverse weilanden in het Leeuwterveld en hooilanden buitendijks en in de Heven.

In 1871 bouwt Evert een stenen voorhuis voor de zijschuur, om meer woonruimte te creëren voor zijn gehuwde kinderen (zie fig. 6). 

Fig. 6. De oude boerderij (bovenaan horizontaal) met de aangebouwde schuur (verticaal) en het nieuwe woonhuis (linksonder].

Wanneer Evert Lok in 1877 overlijdt, erft zoon Klaas (1840-1881), getrouwd met Jentje Apperlo (1838-1899), de oude boerderij: ‘het oude huis zoals dat vroeger door erflater werd bewoond en gebruikt’. Maar ‘het voor enige jaren bijgebouwde nieuwe gedeelte’ met ‘de dwarsbalken’ [een deel van de zijschuur met het nieuwe voorhuis) gaat naar Evert’s dochter Jantje Lok (1847-1925), die getrouwd is met Siemen van der Linde (1838-1886). En de twee delen van de boerderij worden ook formeel gescheiden bij de notaris/kadaster.

In 1905 wordt Evert (1873-1953) de zoon van Klaas, getrouwd met Femmigje Bergkamp (1874-1955), formeel eigenaar van de oude boerderij, waar hij al vele jaren boerde met z’n moeder (vader Klaas overleed jong). In 1911 wordt het deel van de zijschuur dat nog bij de oude boerderij hoort afgebroken, waarschijnlijk omdat er minder ruimte nodig was voor de karnmolen nu de melkfabriek het boter maken heeft overgenomen van de boerin en er minder hooiopslag was door de opkomst van inkuilen en krachtvoer. De twee boerderijen staan nu los naast elkaar [zie fig. 7].

Fig. 7. Links de oude boerderij (no 43), rechts het resterende deel van de zijschuur met het nieuwe voorhuis: no 45 (Foto: G.Th. Delamarre, 1968, bron: RCE)

In de oostelijke zijgevel van de oude boerderij worden nu baanderdeuren geplaatst op de plek waar eerst de doorgang naar de zijschuur was [zie fig. 8].

 

 

Fig.8. Leeuwte 43 met baanderdeuren aan achterzijde én in de zijkant (foto: Foto Hans van Beelen, 1947 bron: Openluchtmuseum Arnhem]

De plattegrond (zie fig.9) laat zien hoe de boerderij na 1911 werd ingedeeld en gebruikt: naast de achterdeuren lag aan de ene kant een paardenstal en een varkenshok en aan de andere kant een hok voor rietopslag.

De koestal was langs de linkerzijde waar de koeien met de koppen naar de middendeel stonden. Achter de koeien was de grup en een smal paadje en mestdeurtjes waardoor de mest naar buiten gewerkt werd. Het hooi werd op de middendeel opgeslagen.   

Fig. 9. Plattegrond reconstructie oude situatie (door architect V.M. Zwiers, 1974)

In het voorhuis was links een kelder met daarboven een opkamer, in het midden de pronkkamer met schouw, en rechts bedsteden die te bereiken waren vanuit een afgescheiden stuk van de deel: de “voorkamer” (zeg maar woonkeuken). Daarnaast was de waterput en de melkhoek (belegd met veldkeitjes) waar het melkgerei werd gespoeld. De melkhoek was met een houten schot afgescheiden van de deel. Naast de koestal was een hok voor de turfopslag.

Fig. 10. Doorsnede van de boerderij gezien vanaf het voorhuis; rechts de grupstal

In 1932 wordt de boerderij verbouwd waarschijnlijk om deze geschikt te maken voor dubbele bewoning: eerst voor de ouders Evert en Femmigje in het voorhuis en hun zoon Klaas (1907-1992) in het achterhuis. Vanaf 1956 komt jongere broer Evert (1917-1988) met zijn vrouw Jentje van Benthem (1923-2012) in het voorhuis wonen.  

In 1962 wordt de boerderij en het land verkocht aan Stichting Beheer Landbouwgronden die de boerderij en achterliggend land (de voorslagen) doorgeeft aan Vereniging Natuurmonumenten. Er is even sprake van dat deze boerderij naar het Openluchtmuseum in Arnhem zou worden verplaatst, maar dat ging niet door (uiteindelijk zou de Caterstee van Kadoelen 19 daarheen overgezet worden.

De boerderij ‘Op den Hoek’ komt in 1966 op de rijksmonumentenlijst.

In 1978 wordt de -toen zeer vervallen- boerderij verkocht aan architect Zwiers. Die laat, na nauwkeurige documentatie, de boerderij geheel afbreken en vervolgens weer in de originele staat opbouwen, maar van binnen nu van alle comfort voorzien, met behoud van de originele structuur en oude elementen.

Fig. 11. Achteraanzicht na restauratie (Foto Henk de Zeeuw, 2022)

In 1981 wordt de gerestaureerde boerderij doorverkocht aan Willem Zalsman en Aafje Bijl, die op hun beurt de boerderij in 1987 zouden doorverkopen aan Joep Nankman en Hennie Leeuw.