Leeuwte 39, Sint Jansklooster, [Erve] de Kelder / Huys ten Kelre
Fig. 1. Huidige situatie (Foto Philip Friskorn)
Boerderij Erve Kelder werd in de eerste helft van de 18de eeuw gebouwd als een hallehuis met middenlangsdeel. Het bedrijfsgedeelte was toen 11 meter korter en 1,5 meter smaller dan tegenwoordig. Maar op deze plek hebben eerdere versies van de boerderij gestaan, blijkens een vermelding in het dijkregister van 1363.

Baron Lodewijk Arend Sloet, heer van Plattenburg, verkocht in 1780 een erf en goed in de Leeuwte genaamd Erve Kelder voor f 3700 aan Claas Jans van der Linde. Claas overleed in 1792. Zijn weduwe Neeltje Jans Belt hertrouwde met Evert Dirks ten Napel. Zoon Dirk zette het bedrijf voort (met broer Klaas als mede-eigenaar).
Toen de hoeveelheid hooi en vee begin 19de eeuw toenam voegde men (vóór 1825) een dwarsschuur toe met daarin hooivakken, een met paard aangedreven karnmolen en wat stalruimte (zie Fig. 2 het deel rechtsboven van de boerderij). De schuurdeuren werden aan de voorzijde van de aangebouwde schuur geplaatst.
Dirk werd in 1842 opgevolgd door zoon Evert (aanvankelijk nog met oom Klaas als mede-eigenaar). Evert is waarschijnlijk degene geweest die de boerderij verlengde en verbreedde. Het westelijke deel van het voorhuis [zie fig.1 links] was na de verbreding waarschijnlijk in gebruik voor de inwonende ouder(s), gezien de eigen ingang en haard in dat deel van het huis.
In 1887 werd zoon Hendrik Everts Ten Napel de eigenaar. Hij trouwde met Femmigje Rook die later ook wel “Olde Femme” werd genoemd (zie fig. 3, let ook op de roeden indeling van de ramen).

De aangebouwde hooischuur werd rond 1911 weer gesloopt, waarna de deeldeuren in de zijgevel geplaatst werden op de plek waar eerst de doorgang naar de zijschuur zat (zie fig. 4).


Daarnaast kwam op de voormalige middenlangsdeel een potstal en daarachter een hooivak. De deuren in de achterzijde werden verwijderd, waardoor daar ruimte ontstond voor een koestal (grupstal) (zie plattegrond fig. 5 en fig. 6).
Aan de oostzijde van de boerderij werden toen varkenstallen gemaakt en mestluiken in de zijmuur aangebracht (zie fig. 4). Die twee feiten lijken erop te wijzen dat de bewoners zich wat meer gingen richten op varkens, wat in die dagen een lucratieve business was. Daardoor was er ook minder ruimte voor hooiopslag nodig en ook de karnmolen was met de komst van de melkfabriek begin 20ste eeuw overbodig geworden.

Toen “Olde Femme” in 1941 overleed, erfde Femmigje ten Napel -die getrouwd was met Hendrik Jan van der Linde- de boerderij die er waarschijnlijk toen zo uitzag als op fig. 7. Zij woonden daar samen met vader Hendrik tot zijn dood én met het gezin van Jan de Snor, die later in het kader van de ruilverkaveling een nieuwe plek zou vinden aan de Uitterdijkerweg.

In 1967 werden Leendert van der Linde en Grietje ten Napel de nieuwe eigenaren van de boerderij. Zij woonden vanaf 1949 al in een noodwoning tegenover de boerderij. Leendert zou in 1973 overlijden; Moeder Grietje bleef daar tot haar dood in 1998 wonen.
In 1998 werd zoon Wim van der Linden de nieuwe eigenaar en in 2000 liet hij de boerderij geheel restaureren.
Noot over de naam: Lange tijd bestond er verwarring over de oorspronkelijke naam van deze boerderij, omdat de veldnaam van een perceel land dat bij Erve Kelder behoorde verwees naar ‘Klosserts Erve’. Dat bleek een andere boerderij te zijn geweest, die vroeger toebehoorde aan het Convent Clarenberg en het Sint Antoniegasthuis. Deze boerderij was in de loop van de 18de eeuw afgebroken. In 1793 kocht Evert Dirks ten Napel, die toen nog maar net op Erve Kelder woonde, het bijbehorende land van barones Sloet tot Lindenhorst en van de Geestelijkheid van Vollenhove, die elk de helft bezaten. De percelen hoorden sindsdien bij Erve de Kelder.
En waarom heet het huis nu Huys ten Kelre? In oude stukken wordt de boerderij ook wel “ten Kelre” genoemd. Het zou kunnen zijn dat de naam Kelder of Kelre verwijst naar een vroegere herberg op deze plek (Verdam, Middelnederlands handwoordenboek).