Leeuwte 30-30a, Sint Jansklooster
Fig. 1. Leeuwte 30 in 2023 (Foto: Henk de Zeeuw)

In 1877 bouwde Klaas Hendriks ten Napel (1812-1894), getrouwd met Marchjen van Veen (1807-1875), een grote boerderij aan de Leeuwte, waarschijnlijk met en voor zijn zoon Meine. Die boerderij werd gezet aan de kant van de hoger gelegen kampen die voorheen vrijwel geheel zonder boerderijen was.

De plattegrond (fig. 4) laat zien dat het voorhuis bestond uit twee kamers gescheiden door een gang met deuren naar beide kamers en naar de deel. Vroeger was men gewoon dat de voordeur gelijk in één van de kamers uitkwam en dat gaf niet want die deur werd alleen bij trouwen, overlijden en andere belangrijke gebeurtenissen gebruikt. Maar onder stedelijke invloeden was men de voordeur meer gaan gebruiken en om de tocht tegen te gaan, kwam er nu een gang achter de voordeur.

De kamer rechts had een kastenwand, waarbij één kastdeel een doorgang naar de spoelplaats was. De kamer links had drie bedsteden die boven de kelder waren gelegen. Daarachter was een bergruimte met ingang vanaf de deel, die “de hel” genoemd werd. Het was inderdaad griezelig als iemand daar rommelde terwijl je in het donker in de bedstee lag. Maar de naam komt waarschijnlijk van de scheepvaart waar de bergplaats voor kolen onder in het voorschip “de hel” genoemd werd. Een andere verklaring uit Drenthe is dat “hel” afgeleid is van heuvel en dan zou het wellicht verwijzen naar het feit dat “de hel” boven het tongewelf van de kelder is gelegen (zie fig. 5). Maar die tweede verklaring lijkt wat minder waarschijnlijk.

Op fig. 6 is aan de vele mestdeurtjes te zien dat de stal langs de oostzijde van de schuur was gelegen (voor zo’n 18 melkkoeien: tel de deurtjes x twee). Daar tegenover waren twee stel grote baanderdeuren (zie fig. 9), waartussen de stal voor de paarden en de stier was gelegen. Tegen de achtermuur was waarschijnlijk de jongveestal.

Zoon Meine Klaassen ten Napel (1845-1894) zal z’n leven lang op dezelfde boerderij gewerkt hebben met z’n vader. Meine overleed in hetzelfde jaar als z’n vader en het eigendom van de boerderij ging toen over naar zijn vrouw Vrouwkje Jurriens Drok (1850-1914) en de kinderen (Maria Neeltje, Klaas, Jurrien, Hendrik, Marchjen, en Hendrikje).
Oudste zoon Klaas Meines ten Napel (1881- 1959) was nog maar 13 toen z’n vader overleed , maar samen met z’n moeder en zus/broertjes was hij blijkbaar toch in staat om de boerderij te runnen. Na het overlijden van z’n moeder (in 1917) nam hij ook formeel de boerderij over.
In 1955 werd het woongedeelte verbouwd waarbij de bedsteden verdwenen en er een slaapkamer en een keuken voor in de plaats kwamen met nieuwe ramen in de zijmuur (zie fig. 7 en 8).


Klaas overleed in 1959 en de boerderij verviel toen aan zijn vrouw Trijntje Jans Drok (1888-1971) en de kinderen Meine (1915-1980), getrouwd met Aagje Dragt (1921-1981), en Jansje, getrouwd met Pieter de Olde.

Na het overlijden van moeder Trijntje werden Meine en Jansje samen eigenaar.
Tijdens de ruilverkaveling in de zestiger jaren verkreeg Meine een boerderij in de NOP (Creil). Het is waarschijnlijk dat toen de familie Tromop (al boerenknecht bij ten Napel) op de boerderij kwam wonen.
In 1974 werd de boerderij gesplitst verkocht. Hendrik Wind (1949 – ?) werd eigenaar van het linkerdeel (Leeuwte 30a) en Klaas Harsevoort (1914-1999) en echtgenote Klaasje Wind (1943- ?; de zus van Hendrik Wind) werden eigenaar van het rechterdeel (Leeuwte 30).

De nieuwe eigenaren verbouwden in 1975 de boerderij tot twee aparte wooneenheden, waarbij het voorste stuk van de deel bij de woonhuizen werd getrokken (voor een hal, keukens, garage, berging, badkamer, e.d.) en er slaapkamers op zolder werden bijgemaakt. Het achterste stuk van de deel bleef aanvankelijk ongedeeld.

In 1988 kocht Trijntje Albertina Steen (1956-2006) het rechterdeel (no 30) samen met haar ouders (Willem Steen en Sijtjen Harsevoort). Toen werd een manshoge muur in de lengte over de deel gezet, maar daarboven bleef het open. Na het overlijden van Trijntje Steen erfde Cor Steen dit deel van de boerderij.
Het linkerdeel (no 30 a) werd in 1988 verkocht aan Hendrik Roelof Schra (1939-1999) en Harmke Jongsma (1941). In 1993 verkochten zij de boerderij aan Henry Vos en Nancy van der Steen. De boerderij zou ook nadien nog diverse keren van eigenaar veranderen: eerst Jan Boerman met z’n vrouw maar later alleen, politievrouw F. Marinussen met partner en zoon (die hier niet konden aarden), en nu Koos Rabbes “de christelijke Fortuyn uit Urk”(Pownews 24 febr. 2014) met zijn gezin.
