Leeuwte 16, Sint Jansklooster, Jacobsonshoeve

Fig. 1. De voor- en oostzijde in 2022 (Foto Henk de Zeeuw)

Gerhard Joan Gerhards Jacobson (1785-1869), die van 1821 tot 1837 burgemeester van Vollenhove was, bezat al voor 1832 het stuk bouwland G 42. Hij was getrouwd met Maria Jans Strick. Zij bleven kinderloos. Neef Joan Theodoor (zoon van broer Gerhard Willem) erfde het perceel, waar hij in 1879 een boerenhuis liet bouwen.

Joan Theodoor overleed in 1880 en het huis ging over naar de zus en broer van Joan Theodoor: Gerhard Joan (getrouwd met Johanna Mechteld Wijnen) en de ongetrouwde zus Gijsberta Gerharda Johanna. Gijsberta overleed in 1889. In 1896 werd de schuur vergroot, resulterend in de huidige boerderij met twee stel baanderdeuren (zie fig. 1).

Gerhard Joan overleed in 1899 en de boerderij ging toen naar zijn vrouw Johanna Mechteld Wijnen maar die overleed al een jaar later. Vervolgens erfde Gerhard Willem Jacobson (“commisionair” in Arnhem, ) de boerderij. Toen Gerhard Willem in 1920 overleed, kwam de boerderij in handen van zijn zus Johanna Carolina Huberta Jacobson (1858-1930), de weduwe van Alexander Leonard baron van Plettenberg uit Den Haag. Die liet schuin achter de boerderij een schuur bouwen. In 1931 ging de boerderij over naar hun kinderen: Hendrik de Witt Wijnen uit Gouda en zijn zuster Conradina.

Wie in al die jaren de pachters waren op deze boerderij is niet bekend (een Mooijweer wordt genoemd, maar daar is geen bevestiging van).

Conradina verkocht in 1947, kort voor de dood van Hendrik, de boerderij aan Luit Klaasen de Lange (veehouder) die getrouwd was met Iedigje van der Linde. In 1961 werden Iedigje en dochter Antje (Anneke) de eigenaren.

Fig. 2. Plattegrond situatie vóór 1967 (reconstructie Henk de Zeeuw) / Luut van Dalen)
Fig. 3. De voorgevel (noordzijde) vóór 1967

Uit oude (ver-)bouwtekeningen (zie fig. 2 en 3) blijkt dat het woonhuis van de boerderij aanvankelijk twee kamers telde gescheiden door een gang. De grootste (westelijke) kamer had een schouw tegen de voormuur twee bedsteden, met in het midden een kast, tegen de zijmuur boven een kelder waarvan de ingang op de deel lag. De andere kamer had een kachel tegen de zijmuur en een bedstee en een kast tegen de achterwand. Aan de westelijke kant was een bakhuisje aangebouwd dat als keuken dienstdeed en dat bereikbaar was door een deur vanaf de spoelplaats op de deel.

Direct achter het woongedeelte was de dwarsdeel met baanderdeuren in de oostzijde (zie fig. 1 en 2). Naast die deuren was de paardenstal. In het midden was de tasruimte voor het hooi en langs de westzijde lag de koestal (16 standplaatsen) met mestdeurtjes in de gevel (zie fig. 4).

Fig. 4. Koestal met mestdeurtjes (Foto: collectie van Dalen)

Tegen de achterwand bevond zich de stal voor het jongvee met daarvoor een dwarsdeel die uitkwam bij de achterste baanderdeuren in de westzijde (zie fig.2). De graanzolder boven het woongedeelte was bereikbaar met een trap vanaf de deel. Hier was al provisorisch een slaapkamer afgescheiden.

In 1967 ruilden weduwe Iedigje de Lange en dochter Antje de boerderij met Gerrit Lutes van Dalen voor een huis aan de Schaarweg. Gerrit trouwde met Elisabeth Huisman verbouwde toen de boerderij. Het bakhuisje werd afgebroken, zodat er een zijraam in de woonkamer kon worden gemaakt, en de keuken werd verplaatst naar de oostelijke kamer. De achtermuur van het woongedeelte werd doorgetrokken tot het dak en op de zolder werden twee slaapkamers gemaakt.
In 1972 stortte de schuur naast het huis in tijdens een storm (zie fig. 5).

Fig. 5 De ingestorte schuur in 1972 (Foto: collectie Van Dalen)
Fig. 6 De nieuwe schuur met veestalling (1973)

De schuur werd herbouwd en daarin kwam toen een veestalling voor 10 koeien (fig. 6).

In 1980 werd er in de boerderij nog een rij standplaatsen voor tien melkkoeien bij gemaakt, ten koste van de ruimte voor de hooiopslag (nu minder nodig omdat er meer ingekuild werd) en de paardenstal. Een stuk deel werd omgebouwd tot melklokaal.

In 1992 kochten Luut van Dalen en Christien de boerderij. Vader Gerrit zou nog een jaar hier boeren maar in 1993 vertrokken de koeien en werd een stuk van de deel bij het woonhuis getrokken.  In 2010 werd de westelijke zijmuur gerenoveerd, gelukkig met behoud van de mestdeurtjes, maar nu wel geïsoleerd! (zie fig. 7).

Foto 7. Luchtfoto met de herbouwde oostelijke zijmuur met de mestluiken (Foto: collectie van Dalen)