Leeuwte 10 en 8, Sint Jansklooster
Fig. 1 Situatie 2020 (Foto: Henk de Zeeuw)
Volgens het Kadaster is in 1832 Johannis (Jannes) Stoffels Wijs (het Kadaster noteert: Jannes Stoffers Wijs!) de eigenaar van een boerderij “in de Leeuwterkampen”. Jannes (landbouwer) was getrouwd met Jentien Alberts Trijntje Meilofs. Fig. 2 laat zien dat in die tijd het een grote boerderij betrof die parallel aan de weg lag.

Na Jannes dood in 1847 kwam Teunis Roelofs Mooiweer (landbouwer) op de boerderij omdat hij getrouwd was met Jannes’ dochter Hilligje Wijs.
Toen Teunis in 1864 overleed kreeg zoon Jannes Mooijweer het vruchtgebruik van de boerderij. In 1872, na het overlijden van zijn moeder, werd hij ook de eigenaar. Jannes trouwde met Vrouwkjen Willems Beld.

In 1907 werd het westelijke deel van de boerderij en een stuk van de boomgaard verkocht aan Hendrik Jacobs Prins (zie fig. 4), die in 1910 zijn deel van de oude boerderij zou afbreken om daar een nieuw boerderijtje te bouwen (zie fig. 5) dat Leeuwte 8 zou gaan heten (zie verder na de beschrijving van Leeuwte 10).


(hulpkaart Kadaster)
Leeuwte 10
In 1908 werd Roelof Jannessen Mooijweer (het Kadaster schrijft Mooiweer) de eigenaar van Leeuwte 10. Roelof was in 1897 met Neeltje Stoffels Leeuw getrouwd, maar zij overleed al in 1900. Twee jaar later hertrouwde Roelof met Aaltje Hendriks van der Linde. Het lijkt erop dat Roelof en vrouw bij z’n ouders inwoonden.
In 1939 werd de woning herbouwd na een grote brand (een neefje speelde met vuur in het hooi!). Op het erf achter de boerderij werd in 1943 een grote schuur/veestalling neergezet (zie fig. 6). Het is waarschijnlijk dat er al een rechthoekige hooiberg stond en dat de stallen er toen omheen gebouwd zijn, zoals wel vaker gebeurde in die tijd.

Na het overlijden van Roelof in 1943 werd zoon Klaas Roelofs Mooijweer formeel de eigenaar maar waarschijnlijk runde hij toen al enkele jaren de boerderij. Hij trouwde in 1937 met Elizabeth (Lies) Hendriks Korthoef. Zijn vader en zus woonden bij hen in.
Klaas Mooijweer verbouwde in die jaren nog veel rogge, dat in mijten naast de schuur werd opgeslagen (zie fig. 7) tot de grote dorskast, zo groot dat die nauwelijks het erf op kon, langskwam om het graan te dorsen.

Uit een oude plattegrond (zie fig. 8) valt op te maken dat het woonhuis destijds bestond uit twee kamers: een grote kamer met schouw en bedsteden en een kleinere kamer, waarschijnlijk de woonkeuken, waarin ook de voordeur. Achter het woongedeelte was de deel en de paardenstallen. Aan de westkant langs de deel en het woongedeelte was de stal voor het jongvee (op fig. 8 rechts op de plattegrond). Melkvee stond in de oude schuur/veestalling achter het huis.


In 1950 werd de boerderij verbouwd. Het westelijke deel met de jongveestal (grotendeels in hout opgetrokken) werd afgebroken, de voordeur werd verplaatst naar de zijkant van het huis en de grote kamer werd in gesplitst (zie fig. 8 en 9)
Naast de boerderij lag een ruime boomgaard (zie fig. 10). Achter de boerderij was het land opgedeeld onder diverse eigenaren die over het erf van de Mooijweer’s moesten om naar hun landje/moestuin te komen, wat wel eens overlast gaf.

In 1963 kregen ze de kans om -in het kader van de ruilverkaveling- een nieuwe boerderij te betrekken aan de Duinweg no 1 bij Blokzijl. Aanvankelijk zou oudste zoon Roelof op die nieuwe boerderij komen, maar diens vrouw zag er erg tegen op om daar te gaan wonen. Vader Klaas had al een baan aangenomen in een textielfabriek in Twente, maar besloot toen alsnog met vrouw en kinderen naar Blokzijl te verhuizen om daar te gaan boeren. In de stal op Leeuwte 10 hield hij nog wat varkens.
Zoon Roelof Mooijweer, getrouwd met Geertruida (Trui) Lassche, bleef wonen op Leeuwte 10 en zou zich meer op de rietteelt gaan richten. Vader Roelof liet hier in 1967 nog de varkensschuur vergroten (zie fig. 11). Roelof werd in 1972 formeel de eigenaar van het pand.

Dochter Ellen Mooijweer zou in de negentiger jaren trouwen met Guus Mooiweer (familie in de vijfde generatie) en hier gaan wonen, nadat ze ook de deel van het boerderijtje verbouwden tot woonhuis.
Leeuwte 8
Zoals boven aangegeven bouwde Hendrik Jacobs Prins in 1910 een nieuw huis bouwen op de plek waar eerder het bedrijfsgedeelte van de oude boerderij van Jannes Teunissen Mooijweer stond. In 1924 bouwt Hendrik een schuur met stal achteraan het huis. Het boerderijtje bezat deeldeuren aan de westzijde direct achter het woongedeelte. In het voorhuis waren twee kamers. De voordeur kwam uit in de kamer aan de oostzijde. In de kamer aan de westzijde waren bedsteden boven een kelder.
In 1947 nam zoon Egbert Hendriks Prins de boerderij over. Hij was getrouwd met Hendrikje Peters Bruintjes. Egbert was naast keuterboer ook melkrijder met paard en wagen.
Na Egberts vertrek in 1963 -in het kader van de ruilverkaveling- naar een boerderij in Haute (Friesland) koopt Jan van der Linde (landbouwer), die getrouwd was met Lena Vis, de boerderij. Jan verbouwde toen de boerderij en liet ook de hooikapberg (zie fig.12) ombouwen tot een schuur waar hij kalveren vetmestte.


In 1970 werd de boerderij overgedaan aan Jan Klaasen van der Linde (een neef?) die getrouwd was met Grietje van Benthem.
Maar Grietje had het daar niet naar haar zin en de boerderij werd in 1971 doorverkocht aan Nettert Winter, getrouwd met Willempje Lassche. Nettert is de eerste van de bewoners die niet als “landbouwer” ingeschreven staat. Maar ook hij zou -naast z’n werk als melkrijder- jarenlang kalveren vetmesten in het achterhuis en in de schuur naast het huis. Bij een storm in 1975 stortte het voorste deel van de schuur in en liet hij deze aan de achterkant van het nog overeind staande deel van de schuur weer opbouwen (zie fig. 13).
In 1989 wordt het huis opnieuw verbouwd o.a. het maken van slaapkamers boven, verplaatsing van de voordeur (met aanpassingen in de gevel) (zie fig. 14).
