Kloosterweg 27, Sint Jansklooster, Onderaan de Dam
Fig.1. Kloosterweg 27 (foto Vincent Erdin)
De boerderij Onder aan de Dam grenst aan het gebied waar vroeger het convent van Sint Janscamp stond en het wordt aangenomen dat op deze plek de graanschuur van het klooster stond. Het verhaal wil dat de kelder onder deze boerderij nog uit die tijd stamt.

In 1832 staat Egbert Schurink (1763-1833, landbouwer) als eigenaar te boek van deze boerderij. Hij is in 1797 getrouwd met Stijntje Regelink (1760-1825) die eerder getrouwd was met Peter Lassche.

Op 26 januari 1834 brandt de boerderij af.
Datzelfde jaar verkoopt Egbert het erf met de restanten van de boerderij aan Evert van Benthem (1791-1850, landbouwer) die in 1816 trouwde met Roelofje Lassche (1794-1864), een dochter van bovengenoemde Peter Lassche. Evert herbouwt de boerderij in de navolgende jaren (gereed in 1842).

Zijn zoon Egbert van Benthem (1819-1890, landbouwer) trouwt in 1844 met Marrigje Post (1814-1891) en erft de boerderij in 1850. Maar Femmigje van Benthem (1816-1868, de oudste zus van Evert, getrouwd met Cornelis Rook van Oud Schuilenburg), krijgt het vruchtgebruik.
In 1863 wordt Jansje van Benthem (landbouwer, 1835-1901, de jongste zus van Evert) eigenaar van de boerderij. Ze trouwt in 1868 met Jan van der Linde (1826-1900).
Na haar overlijden gaat de boerderij over naar haar zoon Klaas van der Linde (veehouder, 1874-1940) die in 1901 trouwt met Roelofje Rook (1874-1968).



Fig. 7 laat zien dat het voorhuis bestond uit twee kamers gescheiden door een rij bedsteden in de vroegere gang: de voordeur was dichtgemaakt. De grote kamer had een achterwand met twee bedsteden, een kast en een doorgang naar de deel. Het voorste deel van de deel was met een houten wand afgescheiden van de gang, waarvan het middendeel als keuken werd gebruikt. Vanuit de gang kon je ook in de kelder onder de grote woonkamer komen (zie fig. 2 en 3).
Aan het eind van de gang was de spoelplaats met, heel modern, daarnaast een uitbouwtje met de wc. Rechtsvoor op de deel is een slaapkamer gerealiseerd. De koestal lag aan de linkerzijde en die voor het jongvee aan de achterzijde. Aan de rechterzijde zijn twee stel baanderdeuren, waardoor het hooi in de schuur gebracht werd.
Jan van der Linde (1902-1977) trouwt in 1937 met Geesje van Dalen (1913-1991). Hij zet na de dood van z’n vader (1940) de boerderij voort. Bij de bevrijding in 1945 stonden de Canadese tanks bij de boerderij aan de Dam in de boomgaard.
Omstreeks 1960 wordt zoon Klaas van der Linde (1938-2017, veehouder), getrouwd met Dinie Westhuis, eigenaar van de boerderij. In 1969 wordt er een varkenshok achter de boerderij gebouwd.

In 1975 stopt Klaas met de veehouderij en treedt hij in dienst van Natuurmonumenten als toezichthouder en jachtopziener. Dat jaar wordt de rechterzijmuur vernieuwd en daarbij wordt de grup van de ex-koestal vol beton gestort.

In 1977 worden er twee slaapkamers op de zolder gemaakt.

In 1997 verbouwt Winfried van der Linde het achterste deel van de schuur van de boerderij tot woonhuis, wat o.a. ten koste gaat van het achterste stel deeldeuren. Ook het voorhuis wordt opnieuw verbouwd, waarbij o.a. de kamer rechtsvoor van slaapkamer naar woonkeuken wordt omgezet, de trap op de plek van de vroeger kast/bedstee-wand komt en de spoelplaats tot badkamer wordt omgetoverd. In het voorhuis woont nu zus Greet. Direct daarachter op de deel woont moeder Dinie. Het middengedeelte van de schuur wordt gebruikt als garage en hobbyruimte.
