Kloosterweg 13, Sint Jansklooster, Erve Poorthuys
Figuur 1. Kloosterweg 13 in 2023 (Foto Henk de Zeeuw)
Begin negentiende eeuw wordt Erve Poorthuys bewoond door Luite van Dalen en Geertjen Winters. Luite hertrouwt in 1823 met Jacobje van der Linde. In totaal zet Luite (nou ja, z’n twee echtgenotes dan) 14 kinderen op de wereld, de laatste toen hij 70 jaar oud was!
Luite verkoopt de boerderij aan Jan Lassche, een turfboer en landbouwer die in 1829 trouwt met Neeltje ten Napel. Eén derde van de boerderij wordt eigendom van Jakob Bakker.

Maar in 1835 wordt de boerderij door de brand verwoest, waarbij 23 huizen in Sint Jansklooster in vlammen opgaan door de vele rieten daken en de straffe wind (en nog heel simpele brandspuiten!). Een grote ramp, want toen had nog niemand een brandverzekering! Pas in 1842 staat er weer een nieuwe boerderij. Jan’s zoon Jan Lassche zou geleidelijk aan de leiding van de boerderij overnemen samen met zijn vrouw Hillegonda Greve. Hij erft de boerderij in 1882, maar overlijdt het jaar daarop, net 50 jaar oud. Zonen Jan Lassche (17 jaar) en Wolter Lassche (15) moeten dan samen de boerderij gaande houden (moeder overleed al in 1872).

In 1897 wordt de boerderij (gedeeltelijk) herbouwd. Dit doordat de boerderij opnieuw deel was van een grote brand in Sint Jansklooster: in 1895 branden 18 huizen af. Waarschijnlijk blijven het voorhuis en de deel bij deze brand gespaard (al met pannen gedekt terwijl de schuur nog een rietendak had ?). In 1897 wordt achter het voorhuis en de deel een nieuwe wat bredere schuur gezet (zie figuur 3). De koestal kwam toen waarschijnlijk aan de rechterzijde te liggen.
Op figuur 3 is te zien dat het woongedeelte van de boerderij twee kamers kende, gescheiden door een gang, elk met een schouw en bedstee en kast. Onder de rechterkamer was een kelder met ingang op de deel, waar ook de trap naar de (open) zolder was.

In 1937 overlijdt Jan en wordt Wolter alleen eigenaar (veehouder). In 1938 laat hij een schuur achter de boerderij bouwen. Dat is wellicht de uitbouw (rechtsonder op figuur 5), die waarschijnlijk gemaakt werd om de veestal te kunnen verlengen.

In 1962 erft Hillegonda Bakker, getrouwd met Gerrit Beker, de boerderij. Zij is de dochter van Jakob Bakker (die eerder al voor een derde deel eigenaar van de boerderij was) en Roelofje Lassche, de dochter van turfboer Jan Lassche. Het is waarschijnlijk in hun tijd geweest dat er een muur tussen de deel en de schuur/stallen aangebracht wordt en van de deel een keuken en bijkeuken (mogelijk ook spoelplaats) gemaakt worden (zie figuur 6). Waar nu de openslaande deuren in de keuken zijn, waren dus ooit de deeldeuren.

In 1976 verkoopt Hillegonda Beker-Bakker de boerderij aan Albert van Benthem, veehouder aan de Leeuwte, die het woonhuis grondig verbouwt: de bedsteden en de kelder verdwijnen, een open keuken, badkamer, hal en slaapkamers op zolder worden gemaakt, de gang wordt een kast. Ook wordt een deel van de schuur afgescheiden middels een nieuwe brandmuur, waardoor ruimte voor een melklokaal en de melktank wordt gemaakt (zie figuur 7). Van Benthem zou nog een derde rij voor het melkvee in de schuur maken (zie fig.6), hooiopslag was niet meer nodig, zodat er nu in totaal 30 koeien konden staan. Hij specialiseerde in het opfokken van pinken die hij in drachtige staat exporteerde o.a. naar Duitsland. Maar hij miste wat vergunningen en had weinig ruimte om uit te breiden. Toen hij de kans kreeg om een boerderij aan de Leeuwte te kopen, werd die met beide handen
aangegrepen.

Van Benthem verkoopt de boerderij aan de Kloosterweg in 1988 aan Willem Ziel (monteur) en Roeleke Bouwknegt. In 1995 vervangen zij het (in zeer slechte staat verkerende) houten gebinte en dakbalken van de schuur door stalen balken/spanten en maken van het achterste deel van de vroegere stal een garage (zie figuur 8).
