Kadoelen 25, Sint Jansklooster
Fig. 1. Zuidgevel huidige situatie (Foto Gouwenaar, Wikimedia Commons)
Oud Schuilenburg is een rijksmonument (ID: 10576) dat als volgt omschreven wordt: “Boerderij met bakstenen puntgevel met vlechtingen en schoorsteen in de top. Bedrijfsgedeelte met rechte noklijn en sterk omhoog gebracht dak boven de zijbaander”. Volgens Dr. Jochem Kroes zou Oud Schuilenburg vroeger “het Beersgoed” geheten hebben. Die boerderij werd in het Zijlboek van 1449 al genoemd. De huidige boerderij zou naar verluidt 1723 als bouwjaar hebben.
Uit een akte van boedelscheiding uit 1746 blijkt dat Oud Schuilenburg toen in het bezit kwam van Margaretha Adr. Is. Sloet. Het is waarschijnlijk dat de boerderij al langer in het bezit van de familie Sloet was.
Het Kadaster bestaat vanaf 1832 en noemt Arriën Alberts Rook (die getrouwd was met Jacobje Keesen Post) als de toenmalige eigenaar van de boerderij. Maar er wordt bij vermeld dat zoon Cornelis Arriëns Rook toen al de bedrijfsvoerder was.
In 1845 werd Cornelis eigenaar van de boerderij (samen met z’n zuster Jentjen en haar man Harm Kisjes). Hij trouwde met Femmigje Everts van Benthem en kreeg met haar 11 kinderen. Na haar overlijden hertrouwde hij met Vrouwtje Wolters Bruintjes, de verloofde van zijn zoon Albert. Dit veroorzaakte een enorm conflict met Albert en de andere kinderen van Femmigje. Uit het tweede huwelijk kwamen er nog 9 kinderen.

Cornelis is bekend gebleven omdat hij één van de leiders van de Afscheiding in Het Land van Vollenhove was en in 1858 een kerk voor de Afgescheidenen liet bouwen op zijn land op de hoek van de Kadoelen en Bergkampen.
Na het overlijden van Cornelis in 1894 kwam een deel van het land gelijk al op naam van zoon Evert (toen hij geboren werd, was z’n vader al 66 jaar oud!) en de rest zou later volgen, maar het huis werd pas in 1911 zijn eigendom nadat hij in 1907 getrouwd was met Elizabeth Franken. Samen kregen ze twaalf kinderen waarvan er tien in leven bleven (zie Fig. 3).

Na het overlijden van Evert in 1960 bleef Elizabeth het vruchtgebruik van de boerderij houden en stond ze als “landbouwster” geregistreerd. Dochter Betsie met haar man Cor Been kwamen bij haar op de boerderij wonen (zie Fig. 4) en gingen daar ook boeren, evenals zoon Cornelis (Kees) Rook (zie Fig. 5). Ze hadden ieder hun eigen melkbussen en zo stonden er toen drie soorten melk aan de weg.


De heer Evert Rook (zoon van Kees Rook) schetste de situatie op de boerderij rond 1960 als weergegeven op de plattegrond (Fig. 6)

Het lijkt erop dat het oorspronkelijk een driebeukig hallehuis was met middenlangsdeel en baanderdeuren in de achtergevel. Op een gegeven moment had men meer ruimte nodig voor opslag van het hooi, stalruimte en de ros-/karnmolen. Toen werd de boerderij verlengd en kwamen er baanderdeuren in de zijgevel (zie Fig. 7 en 8).


De nieuwe dwarsdeel lag toen tussen het oude en nieuwe stuk van de schuur. Helemaal achteraan lagen zowel links als rechts lagere zijdeuren (zie Fig. 8 en 9). Later zouden er stalruimtes voor deze deuren worden gemaakt (zie plattegrond Fig. 6).
Langs de oost gevel en tegen de achterwand waren stallen voor het melkvee. In de achtergevel zitten nog mestdeurtjes, die wellicht vroeger ook in de oost gevel zaten, maar daar later vervangen werden door raampjes, zie Fig. 9).

Rechts naast de grote baander deuren waren hokken voor de kalveren en de varkens. Links naast die deuren stallen voor de paarden en het jongvee. De hooivakken waren midden in de schuur (vóór en achter de dwarsdeel). Achter de boerderij stond een hooiberg (zie Fig. 2b) en een wagenschuur.
Het voorhuis (zie plattegrond Fig. 6) kende in de noord-oostzijbeuk een kelder met tongewelf en daarboven een opkamer en een bedstee, daarnaast een gang, waarin ook gekookt werd, met de voordeur en de toegang naar de kelder. In het midden de grote kamer met schouw en drie bedsteden tegen de achterwand. In de andere zijbeuk was een tweede kamer met bedstee en kast. Aan die zijde ook een aangebouwd bakhuisje met kookpot bereikbaar van af de deel. De spoelruimte met pomp was op de deel naast de kelder. Hier was ook een deur naar buiten (en de gebruikelijke toegangsdeur).
In 1970 werd de vervallen schuur herbouwd als stalling/garage en machineberging.
Elisabeth overleed in 1977, waarna de boerderij in 1978 bij inschrijving werd verkocht aan Gerrit Talen uit Staphorst samen met een drietal andere koopmannen (zie Fig. 10).

Cor en Betsie Been verhuisden toen naar het huis met varkensschuur dat zij kort voor het overlijden van Elisabeth hadden gebouwd op de naastgelegen kavel waar voorheen boerderij Cremerink stond, die tijdens de ruilverkaveling werd afgebroken (zie Fig. 11).

Gerrit Talen en consorten verkochten in 1980 het huis door aan Marianna Bos en Jacob Vissering. Deze maakten een begin met het verbouwen tot woonhuis en hebben ook het erf in grote lijnen heringericht.
De boerderij werd daarna verkocht aan Theo en Elly Duin. Zij hebben de meeste verbouwingen verricht (o.a. de bouw van een keuken en van slaapkamers boven) en ook het schilderwerk in oude kleuren hersteld. Ze hebben ook de laan met vnl. eiken beplant en de boomgaard met oude rassen aangelegd.
In 1996 kochten Johan ten Hove en Marja Rodenburg het pand. Ze hebben het rieten dak laten vernieuwen en op de deel een boekenkamer laten bouwen.
Literatuur:
• Mr. J van Doorninck, Geslachtkundige aanteekeningen ten aanzien van de Gecommiteerden ten landdage van Overijssel, 1874.
• Dr. J. Kroes, Het Ambt Vollenhove, nederzettingsgeografische en – historische aspecten van een streek aan de zee. HCO, z.d. , Zwolle (Toega
