Kadoelen 17, Sint Jansklooster, Erve het Snobbersgoed (later ook Knaterhoeve)

Fig. 1 Zuidzijgevel in 2023 (Foto: Henk de Zeeuw)

Erve het Snobbersgoed stond eind 14de eeuw bekend als het ‘Snubbersguet des Heeren’. Het was een van de vier “hoven” die de bisschop van Utrecht in het Land van Vollenhove bezat. Bij de hoeve hoorden percelen op het hoge land (‘op de Quadolingerkampen’, ‘op de Barspicker kamp’ en ‘op de camp toe Wendel’), buitendijks land (onder andere ‘Paels Uterdijck end buthedix tot Bairloe’) en land in het veengebied (‘Berspicker weide’, ‘in de Boedelac’, ‘in de Heve, ‘in de Elsheve’). In 1528 droeg de bisschop zijn landsheerlijk gezag, en daarmee ook het bezit van de vier hofboerderijen, over aan keizer Karel V. Na diens dood werd Philips II de eigenaar van deze boerderijen. Dat is de reden waarom ze heel lang nadien de “koninklijke domeinen” genoemd zouden worden, al vervielen de vier hoeven in 1578 aan de provincie Overijssel. De vier hofboerderijen werden toen, samen met de 15 boerderijen die behoorden aan het klooster St. Janskamp, ondergebracht in een speciaal “Rentambt” beheerd door een rentmeester.

Uit de administratie van het rentambt blijkt dat de gronden behorende bij het Snobbersgoed meestal voor een periode van zes jaar werden verhuurd. Tussen 1580 en 1802 werd de hoeve verpacht aan de volgende families: Tot 1580: Juirgen Jans; 1581-1627: Jan Jansen; 1629-1661: Jacob Wolters; 1662-1672: Andries Everts; 1673-1674: de weduwe van Andries Everts; 1675-1706: Helprich Jacobs; 1706-1720: Rijckend Arends; 1721-1729: Lubbert Geerts; 1730-1735 Annetien Jurriens (weduwe van Gerrit Herms); 1736-1741 Jan Arents; 1742-1753 Meylof Jans

1754-1755 Steven Jans; 1756-1759 Wolter Roskam; 1760-1771: Geert Jans; 1772-1777: Fierik Rijnders; 1778-1802: Jan Claesen. In de periode van Jan Claesen brandde de boerderij af en werd deze weer opgebouwd.

Fig. 2. De voorzijde van de omstreeks 1790 gebouwde boerderij (foto: collectie Meijer)

Na de omwenteling in 1795 werden de vroegere kloostergoederen en de vier hofboerderijen verkocht. In 1802 kocht L.E.W.S. Sloet tot Olthuys de boerderij op een veiling voor f 4100, maar even later verkoopt deze de boerderij voor f 5000 door aan Wolter Roelofs Roskam (die op de veiling ook al geboden had) en zijn (tweede) vrouw Grietjen Klaasen de Lange. Die sloten daarvoor een hypotheek op de boerderij af bij de adellijke mevrouw Gijsberta Norberta baronesse van Middachten-van Dorth. Nadat Roskam overleed, hertrouwde zijn vrouw Grietjen (40) met Hermen Keezen Post (25) die de hoeve wist uit te breiden met een deel van het naastgelegen Rentingserve.

Bij Hermen’s overlijden in 1861 bleek dat dochter Jentje, die inmiddels was getrouwd met Anthony Greve, het vruchtgebruik van een deel van het land kreeg maar de boerderij op naam kwam van kleindochter Niezina Greve (nog maar 6 jaar oud), die in 1881 zou trouwen met Jan van ’t Oever (een sigarenfabrikant uit Kampen). Het is niet bekend wie in de tussentijd de boerderij beheerde.

In 1913 werd de boerderij verkocht aan Jan Tiemens Corporaal en zijn vrouw Jentje Rook (zie fig. 3). Die liet wat oude schuren rond het huis slopen en een gierkelder bouwen (aan de noordzijde halverwege de boerderij).

Fig. 3. Jan Tiemens Corporaal en zijn vrouw Jentje Rook en kinderen (foto: privé collectie)

Op basis van een latere (ver-)bouwtekening is te reconstrueren dat de boerderij in die tijd de volgende indeling had (zie plattegrond fig. 4).

Fig. 4. Plattegrond situatie rond 1900 (reconstructie Henk de Zeeuw)

Het voorhuis had in het midden een grote kamer (vermoedelijk vroeger met bedsteden tegen de achterwand en een schouw tegen de voormuur), daarnaast een gang met toegang tot een kamer en een berging boven de kelder. De toegang tot de kelder was op de deel. Het was gebruikelijk dat daarnaast op de deel de spoelplaats was en de pomp. De doorsnede (zie fig. 5) laat zien dat de veestalling aan de noordzijde lag met mestdeurtjes in de muur achter de grup.

Fig. 5. Dwarsdoorsnede, koestal links

In 1938 kwam de hoeve in bezit van dochter Jentje Corporaal die getrouwd was met Hendrikus Boes, maar die verkochten de boerderij al in 1939 door aan Wietze Kisjes (aanvankelijk samen met diens broers) die trouwde met H.W.J. van der Stouwe.

Fig. 6. De achterzijde van de boerderij vóór 2005

In 1965 kochten Derk Jan Meijers en Teuntje Pluim deze boerderij. In Steenwijkerwold moesten ze veel grond afstaan voor de aanleg van een nieuwe weg en ze vonden in de Kadoelen een nieuwe plek om te boeren. Derk Jan had Wietze Kisjes leren kennen op de paardenmarkt in Meppel en daar Wietze geen opvolger had, lag daar een kans voor Derk Jan en Teuntje. Zij lieten de voorgevel opnieuw opmetselen en grotere ramen installeren (zie fig. 7).  Aan de voorzijde van het huis was een boomgaard, een moestuin en een kippenhok met ren.

Fig. 7. De “moderne” voorgevel uit 1965 (foto: collectie Meijer)

Na het overlijden van Derk Jan in 1972 zette Teuntje de boerderij door met steun van zoon Egbert Meijer. In 1973 werd er een kapschuur direct achter de boerderij gebouwd (zie fig. 8).

Fig. 8. Zuidgevel van de boerderij met rechts de nieuwe kapschuur

Toen Teuntje overleed in 1985 werd Egbert de eigenaar van de boerderij. Egbert had inmiddels een relatie gekregen met Tineke Jacobs die met haar vier kinderen bij hem introk. De inkomsten en uitgaven van de boerderij waren nu niet langer in evenwicht en in 2005 zag Egbert zich gedwongen om de boerderij te splitsen en het achterste deel van de boerderij met het omringende land te verkopen aan B. te Paske en G. van Dalen. Die verbouwden de schuur tot woonhuis.

Eind 2022 overleed Egbert Meijer door een auto ongeluk. Het voorste deel van de boerderij verviel toen aan de kinderen van de in 2020 overleden Tineke Jacobs.

Literatuur:
P. Datema, Een koninklijke boerderij en de Kadoelen, Kondschap jaargang 8 no 3, pag. 1-6, 1992