Leeuwte 45, Sint Jansklooster, De Clufte
Fig. 1. De Clufte anno 2022 (Foto Henk de Zeeuw)
De achterste delen van de boerderij “De Clufte”, vormden eerder de zijschuur van de naastgelegen “Erve op den Hoek” (Leeuwte 43). Die boerderij werd ook wel ‘Middachten’ genoemd, naar de adellijke eigenaren van de hoeve in de periode eind 18de tot midden 19de eeuw. Begin 19e eeuw werd aan Erve op den Hoek een zijschuur gebouwd om meer ruimte te creëren voor de rosmolen, de hooiopslag en de stalling van het vee.

In 1846 verkochten de erven van Reint Willem van Middachten Erve Op den Hoek aan Evert Lok, die in 1875 een stenen voorhuis voor de zijschuur bouwde om meer woonruimte te creëren voor zijn gehuwde kinderen. Daardoor ontstond de volgende situatie (zie Fig 2.): de oude boerderij horizontaal boven, de zijschuur verticaal en het nieuwe huis links onderaan.
Toen Evert Lok in 1878 overleed, erfden zoon Klaas Lok en diens vrouw Jentje Lucasen Apperlo Erve Op den Hoek: ‘het oude huis zoals dat vroeger door erflater werd bewoond en gebruikt’ (nu no 43). Maar ‘het voor enige jaren bijgebouwde nieuwe gedeelte met de dwarsbalken’ [de zijschuur en voorhuis, nu no 45] werd verkocht aan Jan Dragt en Jan Hermens Post, maar Klaas z’n dochter Jantje Lok en haar echtgenoot Siemen van der Linde bleven er nog wonen.
In 1886 ging het rechterdeel van de boerderij over naar Wolter Jans Post en Neeltje Jans van der Linde en in 1892 naar Albert Stoffels Weijs.
In 1911 werd Hendrik Gerrits van Dalen hier boer. Toen werd een deel van de zijschuur afgebroken, waardoor de twee boerderijen nu los naast elkaar kwamen te staan (zie fig.3 en 4; het hogere dwars staande deel is de oude zijschuur, het lagere voorste deel rechts is het in 1872 gebouwde voorhuis). Waarschijnlijk werd een deel van de schuur afgebroken omdat er minder ruimte nodig was voor de karnmolen nu de melkfabriek het boter maken had overgenomen van de boerin en het opkomende inkuilen en krachtvoer leidde tot minder hooiopslag.

De boerderij kwam in 1920 in handen van Evert Klaassen van Benthem, die deze al snel (1924) overdeed aan Hendrik Dirks Winters en zijn vrouw Lammigje Lok. In 1933 kwam hun dochter Marrigje met haar man Willem van der Linde op de boerderij wonen (zie fig. 4).

In die tijd stonden de koeien in een grupstal tegen de achterwand van de boerderij met mestdeuren in de achterwand. Direct achter de stal was buiten een kleine gierput, waar de grup op uitliep.
Het hooi werd tussen het gebinte opgetast (zie fig. 5). Het voorste stuk van de deel tegen het woonhuis aan was afgeschermd met een houten schut. Hier was de put en de karn- en spoelplek en een slaapplaats voor de knecht. De varkenshokken waren links van de baanderdeuren en de paardenstal linksachter. Onder het rechterdeel van het voorhuis was (en is) een kelder, die vanuit de deel bereikbaar was. Daarboven bedsteden. In het midden de pronkkamer met schouw. Links de woonkeuken. Naast de boerderij stond een bakhuisje.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het steeds moeilijker om als kleine boer een belegde boterham te verdienen. In 1949 vertrokken Willem van der Linde en Margje Winters met hun kinderen naar Ontario in Canada, waar er een ‘r’ achter de familienaam zou komen.

Dochter Wilhelmina Winters en haar man Evert Jan Lubberts van Benthem, kwamen toen op de boerderij (zie foto 6). Evert Jan verkocht de boerderij en het land in 1967 aan de Stichting Beheer Landbouwgronden (SBL). De koopsom gebruikte hij als aanbetaling op de nieuwe boerderij die hij in het kader van de ruilverkaveling zou laten bouwen.
Na een tijd van leegstand en een tijd dienst te hebben gedaan als creatief centrum waar het de naam ‘de Clufte’ aan te danken heeft, werd de boerderij in 1987 verkocht aan Hans Moritz en Gerrie Weijs die er een woonhuis van maakten. In 2000 namen Henk de Zeeuw en Greetje Kingma deze prachtige woning over.
Literatuur: Zeeuw H. de (2017) Creatief in De Clufte Kondschap 33 no 3: 18-21