Fig.1 Bergkampen 31 (Foto: Eric Vincent 2022)

In 1858 koopt Jan Jans Kisjes (een veehouder uit Zwartsluis) een stuk bouwland op de Kloosterkampen en laat daar in 1861 een huis bouwen dat hij verkoopt aan Jan Harms Kisjes (1835-1909), de zoon van zijn oudere halfbroer Harm. Jan gaat hier boeren en bouwt/vergroot daartoe de schuur achter het huis. Jan Harms Kisjes is in 1854 getrouwd met Geertje Zandbergen (1831-1907).  
Fig. 2. Hulpkaart kadaster 1862

In 1908 erft Jan Kisjes (1860-1917, landbouwer), de zoon van Jan Harms, de boerderij. Jan blijft ongetrouwd en na zijn overlijden in 1917 wordt zijn jongere broer Arriën Kisjes (1872-1949, landbouwer) de eigenaar van de boerderij, samen met z’n broers Harman en Willem (beide ook boer, maar niet bekend waar zij boerden). Arriën is in 1900 getrouwd met Annigje Rook (1873-1944) die ook als “baakster” (vroedvrouw) werkzaam is. Arriën wordt een vooraanstaand man in de lokale gemeenschap (o.a. gemeenteraadslid en lid van het bestuur van de Christelijke school in Kadoelen).

Op een kaart uit ca. 1930 is te zien dat er links en rechts van de boerderij een boomgaard is (gestippeld) met links daarvan een houtwal (gestreept) en rechts een geriefbosje (groen).

Fig. 3. Uitsnede uit Topotijdreis.nl ca 1930

Na het overlijden van Arriën in 1949 gaat de boerderij naar weduwe Annigje en de kinderen.
Die kinderen hebben allemaal al een andere bestemming gevonden, dus wordt de boerderij in 1954 verkocht aan Peter Rook (1918-1998, een neef van Annigje Kisjes-Rook, getrouwd met Iedigje Driezen (1922-2013). Peter zet de melkveehouderij voort (later tot zo’n 14 melkkoeien). Daarnaast bewerkt hij 2,5 hectare riet en is hij werkzaam als “veeverlosser”: iemand die men te hulp riep als een kalf niet op de normale wijze ter wereld kon komen en het op een andere manier uit de koe verwijderd moest worden (de keizersnede kende men toen nog niet).

Waarschijnlijk heeft de boerderij in deze tijd de volgende plattegrond (zie fig. 4) 

Fig. 4. Plattegrond van de boerderij ca 1955 (reconstructie Henk de Zeeuw / Cor Rook)

De plattegrond laat zien dat het voorhuis bestaat uit twee kamers gescheiden door een gang. Beide kamers tellen twee bedsteden. De linkerkamer heeft tussen de bedsteden een kast, daar waar bij de andere kamer de trap naar boven is gemaakt vanaf de deel. Voor de ramen van beide kamers zitten aan de binnenkant blinden. 
Achter de rechterkamer is de spoelplaats (de geute) met pomp/put waar alle melkspullen worden schoongemaakt. Hier wordt ook jaarlijks het varken geslacht (o.a. door Jurrie Stam) en verwerkt tot diverse soorten worst en zijden spek die aan de zolder in de kamer komen te hangen. Daar is ook de ingang van de kelder met tongewelf. Ook onder de linkerkamer zit een kelder, bereikbaar vanaf de deel, maar hier zonder tongewelf.
De kinderen slapen boven in een afgetimmerd kamertje. Zij hebben een lang sterk touw onder het bed liggen met het eind aan het bed vastgeknoopt, zodat ze bij brand het raam uit zouden kunnen klimmen. Dat is geen overbodige maatregel want de bliksem is een keer in de boerderij geslagen waarbij de stopcontacten uit de muren vlogen, maar er gelukkig geen brand ontstond. Van de schoorsteen die door het kamertje loopt komt veel roet af en de stank van het broeiende hooi bederft de bedrust nogal eens.
Achter in de schuur is de wc (’t huussien) met een tonnetje en een deur van zachtboardplaat.
Naast de grote deeldeuren zit rechts de paardenstal en daarnaast wat varkenshokken en in de hoek de wc. Daar tegenover is de koestal (ook te zien aan de serie mestdeurtjes). De koeien staan op een verhoging (“de tribune” genoemd). In het midden de hooiopslag en tegen de achterwand de jongveestal.

Naast het huis staat een stookhok, waar -onder andere- de was gedaan wordt.
Links naast de boerderij is een gierkelder met daarop de mestbult en rechts naast de boerderij staat een kleine schuur voor stier en/of kalveren. Daarachter komt een hooiberg te staan (zie fig. 5).

Fig. 5. Het erf van Bergkampen 31 eind vijftiger jaren

Peter verbouwt de boerderij in 1958 waarbij een buitenmuur van het voorhuis een eind naar buiten wordt geplaatst en het tongewelf van de kelder wordt weggebroken, waardoor er ruimte komt voor twee slaapkamers (zie fig. 6).

Fig. 6. De uitbouw met twee slaapkamers uit 1958

Begin zestiger jaren wordt aan de andere zijde een keukentje aan de boerderij gebouwd (zie fig. 7 en 8). Dat keukentje had een aanrecht maar geen stromend water noch afvoer, dus het water moest per emmer van de pomp gehaald worden en na gebruik weer naar de spoelplaats teruggebracht (waar een afvoer was naar een greppel langszij de boerderij). Later worden een wc en douche op de deel aangelegd.
Het huis wordt eind zestiger jaren op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Fig.7. Vooraanzicht met links de uitbouw uit 1958 en rechts de keukenaanbouw uit de zestiger jaren
Fig. 8. Plattegrond met de uitbouw links, het keukentje rechts en de nieuwe douche en wc op de deel
Fig. 9. Peter en Iedigje aan het melken met de weide machine (Foto: collectie Rook)

In 1975 stop Peter met de veehouderij, enerzijds omdat hij opziet tegen de investeringen in een ligboxenstal en melktank en anderzijds omdat Vitens graag het land van Rook wil kopen om het waterwingebied uit te breiden.
In 1977 laat Peter Rook schuin achter de boerderij vier lange stallen voor mestkalveren bouwen (zie fig. 10). Daarbij wordt het perceel gesplitst en het deel met de kalverstallen komt op naam van zoon Cor(nelis) Rook (1956 – ) en de oude boerderij blijft op naam van vader Peter.

Fig.10.Vooraanzicht van de stallen voor de mestkalveren

Cor Rook trouwt in 1978 met Grietje Moorman. Zij wonen eerst in de Barsbeek maar vanaf 1982 in een (luxe) salonwagen (met keuken, douche en wc) naast de oude boerderij (# 31A).
In 1985 wil Cor Rook er nog een paar kalverstallen naast bouwen, maar de gemeente gaat niet akkoord met dat voorstel. In 1989 wordt wel vergunning verleend voor een gewijzigd plan (niet naast, maar áchter de bestaande stallen bouwen, zie fig. 11), maar door diverse drama’s in de familie (onder andere het dodelijke ongeluk van hun zoon Peter, 17 jaar) wordt dit plan nooit uitgevoerd.

Fig. 11. Het goedgekeurde (zwart) maar nooit uitgevoerde uitbreidingsplan (in wit het oude plan)

In 1992 wordt de boerderij verbouwd, waarbij een stuk van de schuur bij het woongedeelte wordt getrokken voor badkamer, wc, bijkeuken, hal en een nieuwe trap naar boven waar slaapkamers worden gerealiseerd. Het aangebouwde keukentje wordt weer afgebroken en één van de kamers wordt tot keuken verbouwd (zie fig. 12).
Na het overlijden van vader Peter (1998), gaat moeder Iedigje Rook-Driezen naar het bejaardenhuis en komen Cor Rook en Grietje Moorman in de oude boerderij wonen.

Fig. 12. De indeling na de verbouwing van 1992

In 2005 worden de stallen intern geheel gemoderniseerd.
Cor heeft geen opvolger en anno 2024 overwegen ze om t.z.t. in het kader van de “rood voor rood”-regeling de stallen te laten afbreken om daar een nieuw huis voor zichzelf neer te zetten, om vervolgens de boerderij te verkopen om zo hun pensioen veilig te stellen.

.