Barsbeek 60, Sint Jansklooster, Erve ten Napel
Fig. 1. Erve ten Napel anno 2022 (Foto: Philip Friskorn)
Erve ten Napel (“tho Barspijck”) is een boerderij met een eeuwenoude historie. Al in de 14e eeuw is sprake van “het guedt then Apel” en “Erve then Apel” en dragen de eigenaars van de boerderij namen als “Ghiselbert in den Nabel” (genoemd in een acte van 1398) , “Werner inden Apel” (idem in 1418), Warner inden Apel (in 1442), Herman ten Napel (in 1469), Ghyse ten Apel (in 1478) en dergelijke.
In 1494 verkochten (of schonken?) Femme, de dochter van Ghyse ten Apel, en mede-eigenaar Hughe Bloemen de boerderij en grond aan het klooster van Sint Janscamp. Na 1503 zijn er geen sporen van de ten Napels in Ambt Vollenhove meer te vinden, nog wel een tijdlang in de stad Vollenhove (o.a. als schepenen) maar ook daar trokken ze weg, onder andere naar Kampen.
In 1581 (Reformatie) werden alle kloostergoederen, waaronder Erve ten Napel, ondergebracht in het “Rentambt van de voormalige kloostergoederen van het Sint Janscamp” dat werd beheerd door een rentmeester.
De pachters van Erve Ten Napel vanaf die tijd waren:
- Vanaf 1581: Willem Kyers/Kiers
- Vanaf 1610: Gerrit Willems, eerst met Geertje Alberts (de weduwe van Willem Kyers/Kiers), later met Evert Tyms / Timens (die trouwde met Geertje Alberts in 1612), en na 1632 met de erven van Evert Tyms / Timens
- Vanaf 1635: Evert Thymens / Thimans (zoon van Evert Tyms / Timens) aanvankelijk nog samen met Gerrit Willems, na 1645 alleen
- Vanaf 1660: Geert Everts, die eerst was getrouwd met Roelofje Andriessen de dochter “van de Coolhof” (nu Barsbeek 30) en vanaf 1655 met Elsje Theunis Vos.
- Vanaf 1688: Reurick Jans van “het Hartkamp”(destijds Kadoelen 3), die pachter kon worden omdat hij trouwde met Teunisje de dochter van Geert Everts en Elsje Theunis Vos. Vanaf 1691 werd hij in het register van het rentambt Reurick Jans ten Napel
- Vanaf 1719: Jan Reuriks ten Napel, die trouwde met Hendrikje Arends Koning
- Vanaf 1720: Harmen Jans Flinten, die pachter kon worden omdat hij trouwde met Hendrikje, de weduwe van Jan Reuriks ten Napel.
- Van 1727: Derk Peters “van Beulake” die eerst getrouwd was met Woutertje Arends Haereboer en vanaf 1732 met Aaltje Geerts Maaskamp. Er is geen familierelatie te vinden tussen hen en de eerdere pachters.
- Vanaf 1766: Peter Derks die in 1760 was getrouwd met Geertien Rentinks Israel. Peter’s broer Evert gebruikte de naam Ten Napel bij het dopen van z’n dochter in 1763!
Het is niet waarschijnlijk dat de dragers van de naam ten Napel in de 18e eeuw familie waren van de Ten Napels uit de 15e eeuw. Het lijkt er op dat de pachters van de boerderij eind 17e en begin 18e eeuw geleidelijk aan de naam van de boerderij als achternaam gingen gebruiken (wat veel voorkwam in die tijd).
Tijdens de Bataafse Republiek werden de vroegere kloostergoederen verdeeld en verkocht. In 1796 kocht Peter Derks ten Napel de boerderij “Ten Napel” voor 3600 gulden. Het is niet duidelijk hoe lang daarvoor de boerderij gebouwd werd.
Na het overlijden van Peter werden de weduwe Geertien en 5 kinderen de gezamenlijke eigenaars. In 1806 kocht haar zoon Rentinck ten Napel (1773-1825) z’n broers en zus uit en na het overlijden van zijn moeder in 1812 werd hij geheel eigenaar van de boerderij.


Uit de plattegrond (fig. 3) blijkt dat de boerderij in het midden een grote kamer kende met vier bedsteden en een schouw. In de zijbeuk links lag een kamer die ook toegankelijk was vanaf de deel (waarschijnlijk de woonkeuken) en rechts een grote berging (en karnruimte?) boven de kelder.

In 1820 werd de boerderij verkocht aan Berend Hendriks Spans (1784-1861), een zoon van Judith ten Napel, de zuster van Rentinck, die getrouwd was met Hendrik Berends Spans van de Appelhof (destijds de eerste boerderij aan de Barsbeek). Berend was in 1818 getrouwd met Grietje Jans Driesen (1789-1872).
In 1861 ging de boerderij over naar zoon Jan Berends Spans (1822-1912), die getrouwd was met Niesje Derks Winters (1823-1906) en de drie dochters Trijntje, Grietje en Niesje, die alle drie zouden trouwden met een Weijs: respectievelijk Hermen, Jan en Stoffel Harmens.
Na het overlijden van Jan verkochten de zusters de boerderij. De bijbehorende grond werd gekocht door elf verschillende eigenaren! Boerderij en erf werden gekocht door Jantje Koops Jager een winkelierster uit Zwartsluis, die de boerderij datzelfde jaar doorverkocht aan Koop Hendriks van Dalen (1871-1946), getrouwd met Roelofje Roelofs Karsten (1864-1932), die gelijk een deeltje van de boerderij op naam van elk van de kinderen lieten zetten.

Hun zoon Roelof Koops van Dalen (1905-1984) erfde in 1946 de boerderij en bleef daar boeren. Hij was ongetrouwd en zonder kinderen.

In 1971 werd de boerderij verbouwd. Fig. 7 en 8 laten zien dat het dak rechts aan de voorzijde bij deze verbouwing werd opgelicht om een raam naast de deur in de zijmuur te kunnen zetten (vergelijk met fig. 4 rechts). De berging werd veranderd in twee slaapkamers boven de kelder (zie Fig. 7).



Nichtje Zwaantien Hendriks van Dalen (1932-2014, dochter van Roelof’s broer Hendrik) verzorgde jarenlang het huishouden voor hem. Zo kwam het dat zij de boerderij erfde toen Roelof in 1984 overleed, waar ze ging wonen met haar man Jan Slagter (1933-2009). Jan was geen boerenzoon en niet zo goed in het omgaan met de koeien, waardoor het melken nogal eens gepaard ging met wat krachtermen.
De stal rechts (zie fig. 10) had ruimte voor 11 melkkoeien, de stal achteraan had links een ruimte voor de kalveren en rechts plaats voor zes pinken. De gier liep door een gootje naar een gegraven kuil rechts achter de boerderij (zie fig. 9). Niet zo gek dat de muren op die hoek helemaal verrot bleken in 2013.

In 2013 kopen Karel de Jonge en Marianne van Benthem dit boerderijtje dat inmiddels heel erg was vervallen: veel muren scheefgezakt, verrot en vele keren met andere stenen hersteld, de stijlen vooral in schuurdeel van onderen zodanig verrot dat het dak daar al decimeters was gezakt, en dergelijke. Met veel gevoel voor de historische waarden brachten zij het tweehonderd jaar oude gebouw op eigen kracht weer op de been.


Naast het herstellen van de muren en het gebinte, trokken zij een stuk van de deel en het stookhok bij de woning, maakten slaapkamers boven en brachten de bedsteden terug in de woonkamer. Ook brachten zij de daklijn aan de rechterzijde van het woongedeelte weer op de oorspronkelijke hoogte (zie fig. 13).

De oude knotlinden bleken ook te delen in het verval van de boerderij en moesten helaas verwijderd worden. Maar deze zijn wel vervangen door jonge frisse exemplaren.

Literatuur:
- Datema (2008) Ten Napel: Boerderij- en familienaam, Kondschap jrg. 24e no 1 pag. 2-15
- ten Napel (1990) Niet allemaal klompen uit een stam, 1990