Barsbeek 17, Sint Jansklooster

Fig. 1. Voorzijde in 2023 (Foto: Henk de Zeeuw)

Al voor 1832 bewoonde Derk Luiten Klaver (een turfboer, 1788-1866) een boerderijtje op de Kluitenberg (zie fig.2 midden). De kaart laat zien dat er ten zuiden van de boerderij een moestuin was en links en rechts een boomgaard (de boomgaard achter het huis was van een andere eigenaar).

Fig. 2. Barsbeek 17 op kadasterkaart 1832

Derk was getrouwd met Jannetje Hendriks Spans (1791-1853)
In 1842 brandde dit huis af en werd er een nieuwe boerderij gebouwd (zie fig. 3) met ernaast een stookhok en (verder naar achteren) een turfhok.

Fig 3. Vooraanzicht van de boerderij in 1843

Het jaar daarop kocht Jan Willem baron Sloet tot Old Ruitenborgh (verificateur, 1792-1863) de boerderij. In 1863 erfde Gerard baron Sloet van Marxveld (tot Oldruitenborg) (dijkgraaf) o.a. deze boerderij. Wie er in deze jaren als pachter(s) op de boerderij gezeten hebben, is (ons) niet bekend.

In 1885 kocht Derk Derks Klaver (1831-1916) het pand samen met zijn zusters Juditje (1820-1895, ongetrouwd) en Annigjen (1828-1893, de weduwe van Jan Willems Bovendeur). Derk trouwde met Doortje Jans Ijspeert (1824-1916). Klaver maakt van de grote moestuin ook een boomgaard.

In 1890 kwam de boerderij op naam van Juditje Klaver en Annigjen Bovendeur-Klaver. Na het overlijden van Annigjen in 1893 en Juditje in 1895 ging de boerderij over naar de dochter van Annigjen: Jantjen Jans Bovendeur (1857-1941) die hertrouwde met Harm Jans Spans (1865-1955).

In 1942 ging de boerderij over naar hun zoon Harm-Jan Harms Spans (1896-1943) die in 1929 was getrouwd met Lammigje van der Linde die helaas twee jaar later al overleed. In 1936 hertrouwde hij met Truitje Jans van der Sluis (1910-1992) uit Genemuiden. Ook dat huwelijk duurde niet lang want Harm-Jan overleed zeven jaar later. Truitje en de kinderen Jantje, Jan en Harm-Jan (1943) waren de erfgenamen. In 1945 hertrouwde Truitje met Willem Everts van Benthem (1905-1985).
In 1948 werd de schuur van de boerderij verbreed (meer dan 1,5 m.), verlengd (7 meter) en verhoogd, waardoor de boerderij een ander profiel kreeg (zie fig.4).

Fig 4. De boerderij na vergroting in 1948

In 1950 werd er een gierkelder gebouwd en in die periode werd in het verlengde van  het stookhok een varkensschuur gebouwd en daarnaast een kippenhok (zie fig. 5).

Fig 5. Stookhok (met kachelpijp) en kippenhok naast de boerderij (Foto: collectie Spans)

In 1957 zou verder naar achter een hooiberg gezet worden (zie fig. 6).
In de zestiger jaren werd aan de zijkant en achter de oude turfschuur, al in gebruik als varkensschuur, een stal aangebouwd, eerst voor varkens en later voor jongvee (zie fig. 6).

Fig. 6. De hooiberg achter stookhok/varkensschuur; daarachter de oude turfschuur (puntdakje) met daarnaast de later aangebouwde stal (Foto: collectie Spans)

Onderstaande schets (fig. 7) geeft de situatie op het erf begin zestiger jaren weer.

Fig. 7. Situatie op het erf begin zestiger jaren (reconstructie Henk de Zeeuw / Harm-Jan Spans)

De indeling binnen de boerderij zag er toen ongeveer zo uit als op Fig. 8.

Fig. 8. De indeling van de boerderij begin zestiger jaren (reconstructie Henk de Zeeuw / Harm-Jan Spans)

In 1969 nam Harm-Jan de boerderij over van (stief-)vader Willem.
De groeiende veestapel leidde in de jaren daarna tot diverse aanpassingen binnen de oude boerderij. Eerst moesten de paardenstal en kalverhok (zie fig. 8) wijken voor een nieuwe rij koeien aan de zuidzijde van de boerderij. Daarbij werden de baanderdeuren geblokkeerd. Er werden daarom nieuwe deeldeuren aan de achterzijde van de boerderij gemaakt (zie fig. 9). Het is waarschijnlijk dat de deeldeuren bij de boerderij van 1843 ook al op deze plek zaten !. Die tweede rij ging dan weer ten koste van de potstal voor het jongvee die voordien hier was (zie fig. 8).
De nieuwe hooiberg en het toenemende inkuilen van gras maakten dat enkele jaren later de hooitas in de boerderij vervangen kon worden door nóg een rij melkkoeien (zie fig.9).

Maar het aantal koeien bleef groeien en in 1979 werd een ligboxenstal voor 70 koeien gebouwd naast de oude boerderij (zie fig. 10).

Fig. 10. De oude boerderij links en de nieuwe ligboxenstal rechts (Foto: collectie Spans).

Fig. 11. De eerste koe wordt van de boerderij naar de nieuwe stal gebracht (Foto: collectie Spans).

In 1981 werd het woongedeelte grondig verbouwd. De muur van de voorgevel werd hoger opgetrokken zodat de slaapkamers boven nu een raam aan de voorzijde konden krijgen. De  nok van het voorhuis kwam nu op dezelfde hoogte te liggen als die van de schuur (zie fig. 12).

Fig. 12. Het vooraanzicht na de verbouwing van 1981

In 1983 werd er direct achter de boerderij een grote wagenberging gebouwd (zie fig. 13).

Fig. 13. Zijaanzicht wagenberging

In 1992 werd de ligboxenstal naar achter toe verlengd (zie fig. 14).

Fig. 14. De uitbreiding van de ligboxenstal; de wagenschuur boven links

In 1995 werd een mijlpaal bereikt (zie fig. 15): de eerste koe met meer dan 100.000 liter (er zouden er meer volgen).

Fig. 15. De trotse eigenaren met Hilda 107 (Foto: collectie Spans).

In 1997 werd een maatschap opgezet met zoon Hermen.
In 2000 werd een jongveestal naast de ligboxenstal gebouwd (zie fig. 16). Er moest bijna twee meter zand worden aangebracht om deze stal te kunnen bouwen. Iets zuidelijker werd een tweede bedrijfswoning gebouwd waar Harm-Jan en Lammie gingen wonen (zie fig. 16) zodat Hermen en Leanne de woning in de oude boerderij konden betrekken. In 2003 namen zij het bedrijf over.

Fig. 16. De eerste plannen voor de jongveestal en tweede bedrijfswoning

Vanaf 2014 zou Barsbeek 17 als nevenvestiging gaan dienen (met name jongvee en zieke en drachtige koeien) daar het hoofdbedrijf verhuisde naar Oppen Swolle 23 (Weidevol).